Wijziging per 1-1-2012 van Huwelijksvermogensrecht.

 

 

 

 

Op 1 januari 2012 zullen een aantal regels inzake het huwelijksvermogensrecht veranderen.

Dat kan ook voor u van belang zijn, bijvoorbeeld als u geld uit een erfenis of schenking steekt of heeft gestoken in het huis dat u samen met uw echtgenoot/-note bewoont.

Ik heb hierover een notitie geschreven voor de redacties van diverse tijdschriften, zoals de Linda, Margriet en Libelle. Maar in hoeverre deze daar aandacht aan geven weet ik niet.

Daarom plaats ik die notitie ook hieronder.
Heeft u liever een nette PDF-versie ervan, dan kan dat ook.

====================================================

Geachte redactie,

Ik stuur u dit schrijven omdat op 1 januari a.s. een wetswijziging doorgevoerd gaat worden die voor uw lezers interessant is. Het gaat hier om correcties van het huwelijksvermogensrecht waarbij ook aanpassingen worden doorgevoerd voor de algehele gemeenschap van goederen waarin mensen trouwen als ze niets vastleggen bij de notaris.

Ik ben mij er van bewust dat dit een taai onderwerp lijkt en daarom wil ik u graag hieronder aangeven wat een en ander praktisch kan betekenen voor uw gehuwde lezers. Mocht u na lezing in uw blad aandacht willen besteden aan deze materie, dan kunt u voor nadere informatie contact met mij opnemen.

Ik heb het voornemen om dit stuk op een latere datum ook op mijn website (www.ntrs.nl) te publiceren aangezien ik van mening ben dat zo veel mogelijk mensen kennis moeten kunnen nemen van hetgeen gewijzigd gaat worden.

Zoals u weet kan een huwelijk gesloten worden tussen zowel hetero-, homo- en lesbischsexuele stellen. Maar daardoor is het bijna niet mogelijk om een leesbare tekst te schrijven en toch telkens de drie varianten te benoemen. Daarnaast geldt het navolgende ook voor koppels die niet huwen, maar een geregistreerd partnerschap aangaan met elkaar. In het navolgende stuk zal ik dan ook uitgaan van de “klassieke” situatie van een heterosexueel stel waarbij de vrouw financieel minder goed af is. In de praktijk kom ik dit vaak tegen, maar ik ben mij er van bewust dat het stereotypering is.

 

Algehele gemeenschap van goederen en de huidige regels

Op dit moment is het zo dat als een koppel trouwt zonder het maken van huwelijkse voorwaarden bij de notaris, dit koppel in de wettelijke (algehele) gemeenschap van goederen is getrouwd. Hierna zal ik de afkorting AGVG gebruiken hiervoor. Als de echtgenoten na een paar jaar er achter komen dat ze liever huwelijkse voorwaarden willen hebben, dan is dat een lang en kostbaar traject, onder meer omdat de rechter toestemming moet geven.

Simpel gezegd kan de behoefte aan het opstellen van huwelijkse voorwaarden ontstaan als één van de echtgenoten geld krijgt uit een erfenis of schenking. Onder de huidige regels maar ook onder de toekomstige wet is het zo dat de erfenis of de schenking gezamenlijk eigendom wordt. Bij een echtscheiding heeft de schoonzoon/-dochter ineens een claim van 50% op het geld.

Vaak voorkomen de ouders dit door in hun testament of in een schenkingsakte op te nemen dat het vermogen alleen voor het eigen kind is. Dit is de zogeheten uitsluitings-clausule of anti-schoonzoon / -schoondochter clausule. Maar zelfs al hebben de ouders dit vastgelegd, daarmee is hun kind er nog niet.

Bij een echtscheiding zal het kind namelijk moeten aantonen bij de rechter wat er met het geld is gebeurd. Eigenlijk moet het kind dus een administratie opzetten om er voor te zorgen dat iedere uitgaaf die betaald wordt met geld uit de erfenis of schenking wordt vastgelegd.
(zie hiervoor ook een eerdere column van mijn hand)

In de praktijk laat een kind dit achterwege bijvoorbeeld “omdat we toch niet gaan scheiden. Het zit wel goed tussen ons”. Maar zelfs al houdt het kind zo’n administratie bij en kan bij een echtscheiding achterhaald worden wat er met de erfenis of de schenking is betaald, dan nog treden vreemde effecten op. Het kind krijgt namelijk alleen het bedrag terug dat is betaald, maar geen rente, inflatiecorrectie of wat dan ook. Dit heet het nominaliteits-beginsel.

Stel dat het geld gebruikt is om een dakkapel op het huis te betalen. Kosten € 7.500,-. De waardestijging van de woning daardoor: € 10.000,-. Het kind krijgt terug bij de scheiding € 7.500,-. De € 2.500,- waardestijging valt in de AGVG en moet 50/50 gedeeld worden.

Algehele gemeenschap van goederen en de nieuwe regelgeving

Vanaf 1 januari 2012 wordt het nominaliteitsbeginsel afgeschaft en ingeruild voor een regeling die “economisch eigendom” kan worden genoemd. Ook wordt het veel makelijker, sneller en goedkoper om huwelijkse voorwaarden op te stellen tijdens het huwelijk. En vooral dat laatste zal zeer belangrijk zijn voor de praktijk van alledag.

Economisch eigendom

Eerst echter nog de “economisch eigendom”. In de wet is een regeling opgenomen voor de situatie dat één van de echtelieden geld uit een erfenis of schenking heeft gekregen met de eerder vermelde uitsluitingsclausule. Als dat geld vervolgens wordt gebruikt om een betaling te doen voor zaken die in de AGVG vallen, dat wordt dit gezien wordt als een schuld. Wat dat betreft zijn er geen wijzigingen. Maar bij een echtscheiding moet niet alleen dat bedrag worden terugbetaald, maar moet ook een vergoeding betaald worden. En die vergoeding is dan gelijk aan de waardestijging van de zaak die er mee gekocht is.

Stel dat het geld weer gebruikt is om een dakkapel op het huis te betalen. Kosten € 7.500,-. De waardestijging van de woning daardoor: € 10.000,-. Het kind krijgt terug bij de scheiding € 7.500,-. Ēn een vergoeding gelijk aan de waardestijging van € 2.500,-. Deze waardestijging valt dus niet meer in de AGVG.

Er is echter een adder onder het gras. De basisregel is namelijk dat de vergoeding minimaal het bedrag is dat is gebruikt. Dus in de geschetste situatie is de vergoeding altijd € 7.500,- ook als het huis minder waard is geworden.

Bij een echtscheiding zal dat voor de aangetrouwde persoon vervelend kunnen uitpakken als het geld bijvoorbeeld gebruikt is voor de aankoop van de gemeenschappelijke auto. De auto is duidelijk in waarde gedaald, maar er moet wel nog € 10.000,- “afbetaald” worden.

Deze aangetrouwde persoon zal daarom proberen om de uitzondering op de regel aan te tonen. En die uitzondering is simpel gezegd dat ten tijde van de aankoop afgesproken kan worden dat niet alleen in de waardestijging maar ook in de -daling wordt meegedeeld. Kan de aangetrouwde aannemelijk maken dat die afspraak gemaakt is, dan wordt bij een scheiding dus alleen gekeken naar de waarde van de auto op het moment van de scheiding. Als die nog € 5.000,- is, dan krijgt het kind dat bedrag en ook alleen dat bedrag terug.

Oplossingen onder de nieuwe regels

Zoals aangegeven is het straks veel eenvoudiger, sneller en goedkoper om huwelijkse voorwaarden op te stellen. Het volstaat om bij de notaris een akte op te stellen, want voorafgaande goedkeuring van de rechtbank is niet meer nodig.

Dus als een kind erft of een schenking krijgt van zijn ouders en daarbij niet de uitsluitingsclausule is opgenomen, dan kunnen de echtgenoten naar de notaris toe gaan om snel huwelijkse voorwaarden te maken waarin opgenomen wordt dat het geërfde of geschonken bedrag alleen van de ene echtgenoot is.

Wordt dat geld later gebruikt om de dakkapel te betalen of een auto te kopen, dan kunnen de huwelijkse voorwaarden eenvoudig aangepast worden om vast te leggen dat deze betaling heeft plaatsgevonden en op welke wijze bij een echtscheiding een waardestijging of -daling verrekend moet worden.

Op het moment dat deze afspraken worden vastgelegd is de relatie van de echtgenoten nog goed. Bovendien is het duidelijk waaraan het geld is besteed. Mocht er later een echtscheiding worden aangevraagd, dan ligt alles vast. Daardoor voorkom je de discussies die nu gevoerd worden bij een (v)echtscheiding over dit soort onderwerpen.

Simpel gezegd kunnen de echtelieden binnen een paar dagen bij de notaris huwelijkse voorwaarden opstellen en iedere keer aanpassen al naar gelang hun situatie. Gekscherend: als een kind iedere week van zijn of haar ouders geld geschonken krijgt, dan kan ook iedere week een nieuwe akte met huwelijkse voorwaarden worden opgesteld om alles voor later vast te leggen.

Dit is een inverstering die zijn vruchten in de toekomst afwerpt, aangezien een discussie bij een echtscheiding over deze onderwerpen vaak betekent dat iedere partij zijn of haar eigen advocaat in de arm neemt. Dat voorkom je omdat er snel en goed door de notaris wordt vastgelegd wat de wensen zijn op het moment dat het geld wordt ontvangen.

 

Huwelijkse voorwaarden en de huidige regels

Ook als een koppel op dit moment wel huwelijkse voorwaarden heeft gemaakt voordat het huwelijk gesloten wordt, moet hetzelfde lange en dure traject worden afgelegd als na een paar jaar blijkt dat de afspraken niet meer aansluiten op de dan ontstane situatie.

Meestal spreken de aanstaande echtgenoten daarom in hun huwelijkse voorwaarden af dat ieder houdt wat hij of zij inbrengt bij het trouwen en dat zij samen ieder jaar gaan verrekenen wat er aan geld is overgebleven. In de praktijk wordt dat laatste vaak vergeten en blijkt bij een echtscheiding dat er ruzie ontstaat over de vraag van wie nu eigenlijk het huis is, of de spaarrekening of de beleggingen. Die staan dan vaak op naam van één van de echtgenoten, maar het vermogen is door hen samen vergaard.

Ook bij stellen die met huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd ontstaat een probleem als er geen administratie wordt bijgehouden van erfenissen en schenkingen. Dit is hiervoor bij de AGVG al besproken.

Huwelijkse voorwaarden en de nieuwe regelgeving

Omdat vanaf 1 januari 2012 het veel sneller en eenvoudiger is om huwelijkse voorwaarden te maken en tijdens het huwelijk te wijzigen, is het mogelijk om problemen bij een echtscheiding te voorkomen. Telkens als er een financiële mijlpaal wordt bereikt (erfenis, schenking, groter saldo spaargeld of besteding van geld voor aankoop) kunnen de onderlinge afspraken worden vastgelegd in nieuwe huwelijkse voorwaarden.

Op zo’n moment weet iedereen nog goed wat er speelt en wat de afspraken zijn (wel of niet delen in waarde-dalingen, etc) en zal ook mee willen werken aan het vastleggen daarvan. En dat is bij een eventuele echtscheiding veel waard omdat het de kosten van advocaten en gerechtelijke procedures uitspaart.

 

Conclusie

Vanaf 1 januari 2012 wordt het eenvoudiger, goedkoper en vlotter om huwelijkse voorwaarden op te stellen en constant aan te passen aan gewijzigde omstandigheden. Het is niet meer nodig om vooraf goedkeuring te krijgen van de rechter. Een bezoek aan de notaris volstaat.

Dit is voor echtgenoten ondermeer van belang als er financiële meevallers zijn, zoals een erfenis of schenking van ouders. Deze vallen namelijk in de AGVG en moeten 50/50 gedeeld worden bij een echtscheiding, tenzij de ouders hiertegen de zogeheten anti-schoonzoon /-schoondochter clausule hebben opgenomen.

Maar ook als die clausule is opgenomen is het probleem nu en straks nog niet opgelost. Wie houdt tenslotte netjes een aparte administratie bij van wat er met de erfenis of schenking wordt gekocht en of alleen het betaalde bedrag of ook de waardestijgingen en -dalingen van het gekochte goed worden vergoed aan de echtgenoot/-note van wiens kant het geld is gekomen ? Ook onder de nieuwe regels kan hierover bij een scheiding een dure discussie ontstaan.

Telkens als er geld uit de erfenis of schenking wordt gebruikt om iets te kopen dat voor gezamenlijk gebruik is, kan snel en eenvoudig bij de notaris in (nieuwe) huwelijkse voorwaarden worden vastgelegd wat er gebeurd is en wat de afspraken zijn. Dit betaalt zich dubbel en dwars terug bij een eventuele echtscheiding. Er is dan namelijk geen ruimte voor discussie met en tussen dure advocaten.

En dat lijkt mij belangrijk voor de lezers van uw uitgave.

 

 

Gehuurde CV ketel in een koopwoning

Huurcontract CV-ketel
Op 25 februari jl. is door de rechtbank te Maastricht een uitspraak gedaan (http://jure.nl/bh5917) over een situatie die makelaars geregeld tegen zullen komen.

De verkoper verkocht een woning, maar de CV-ketel was gehuurd van een bedrijf. In de koopovereenkomst was opgenomen dat de koper het huurcontract zou overnemen.

Enkele weken na de levering bleek echter dat de koper geen enkele animo meer had om het huurcontract over te nemen en weigerde daaraan mee te werken. Het bedrijf stelde toen een vordering in om de huurpenningen alsnog door haar contractpartij (de verkoper dus) te laten betalen.

De rechtbank heeft die vordering toegekend en dat betekent dus dat de verkoper nog steeds vast zit aan het huurcontract, maar dat de koper ondertussen wel het genot heeft van de CV-ketel.

Noot:
Ik kreeg recent een vraag voorgelegd van een koper omdat zowel de verkoper als de verhuurder van de ketel hem aanspraken over de betaling van de huur.

In die situatie stond in het (voorlopig) koopcontract niet vermeld dat koper de huur zou overnemen.  In de zaak die de Rechtbank te Maastricht behandelde was wel opgenomen dat de koper de huur zou overnemen.

Ik denk dus dat de koper die mij recent benaderde niet gehouden is iets te betalen aan de verhuurder of de verkoper.

bron:

http://ernstloendersloot.wazzup.nl/2009/05/25/brief-verwijzers-varia-april-2009/

Brief verwijzers inzake Failissementsrecht

Geachte relatie,

Het zal u niet ontgaan zijn dat er o.a. op de beursen een probleem is. Daarnaast of als gevolg daarvan zijn er ook remmingen in de economie en houdt ook het Internationaal Monetair Fonds rekening met een wereldwijde nulgroei of zelfs recessie. Dit betekent dat afnemers van u of uw relaties in betalingsproblemen komen. Voor u of uw relaties kan dat betekenen dat ook debiteuren of die van deze debiteuren in de financiële problemen kunnen komen, waardoor rekeningen niet betaald worden.

Om te voorkomen dat u meer problemen krijgt dan nodig is, heeft u vast maatregelen genomen in de overeenkomsten die met uw afnemers zijn gesloten en de Algemene Voorwaarden die daarbij van toepassing zijn.

Onlangs hebben wij een introductiecursus faillissementsrecht bijgewoond welke gegeven werd door een advocaat/curator. Daarbij kwam aan de orde dat slechts ongeveer 3% van de gewone crediteuren bij een faillissement (gedeeltelijk) wordt betaald en dat vaak blijkt dat de genomen maatregelen onvoldoende zijn.

Zoals u zult begrijpen, schrokken wij daarvan en willen wij u een aantal punten doorgeven waar u en/of uw relaties eens naar moeten laten kijken door een deskundige. Gaat u dus naar uw advocaat/juridisch adviseur en overleg met deze. Wij zijn niet meer dan een leek op dit gebied en het volgende is opgetekend naar aanleiding van ons begrip van de introductiecursus. Iedere aansprakelijkheid wordt dan ook afgewezen.

Mocht na lezing van dit stuk een deskundige op het gebied van faillissementrecht zich geroepen voelen om e.e.a. te corrigeren en/of nader toe te lichten, dan zullen wij graag de op- en/of aanmerkingen doorsturen aan allen die ook dit schrijven van ons ontvangen.

Punt 1

De eerste opmerking tijdens de cursus betrof de toepasselijkheid van de Algemene Voorwaarden. Vele bedrijven volstaan met vermelding op de nota of hun briefpapier dat de Algemene Voorwaarden toepasselijk zijn.

Bij de afwikkeling van een faillissement wordt door curatoren de vraag opgeworpen of u als crediteur kunt aantonen dat de Algemene Voorwaarden van toepassing zijn op de door u geleverde diensten/producten. Als u dan niet kunt aantonen dat de debiteur de voorwaarden ook heeft gezien, staat u op grote achterstand.

Het advies was dan ook om bestellingen te bevestigen en daarbij expliciet te vermelden dat uw Algemene Voorwaarden toepasselijk zijn en deze dan ook nog eens bij te voegen. Ook dat laatste moet u dan duidelijk in uw bevestigingsbrief vermelden. Ook bij klanten waar al langer zaken mee worden gedaan, werd geadviseerd om dat bij de eerst komende bestelling te doen.

Punt 2

Vervolgens kwam er een opmerking inzake Eigendomsvoorbehoud in Algemene Voorwaarden. De cursusleider gaf aan dat in de Algemene Voorwaarden vaak wel een eigendomsvoorbehoud wordt gemaakt, maar dat dit vaak niet goed is gedaan.

U behoudt zich dan het eigendom voor van de geleverde zaken totdat er betaald is.

Op de website van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (www.nvtb.nl/index.cfm/index.cfm) wordt als voorbeeld gegeven dat er stenen zijn geleverd, maar deze bij de debiteur op een grote hoop liggen met gelijke stenen die van een andere leverancier komen. Als u dan niet kunt aantonen welke individuele baksteen door u is geleverd, dan heeft uw eigendomsvoorbehoud geen enkele zin gehad.

Stel dat u wel kunt aantonen, welke bakstenen van u zijn (bijvoorbeeld doordat er in iedere baksteen een code is aangebracht), dan heeft u vervolgens misschien toch nog een probleem. Stel namelijk dat de rekening slechts voor 50% is voldaan. Volgens de cursusleider is het dan aan u om aan te tonen welke specifieke baksteen volledig en welke baksteen in het geheel niet is betaald. Het zal u niet lukken dit te bewijzen en dat betekent dat de curator u zonder uw bakstenen terug naar huis stuurt. U bent dan weer concurrent-debiteur en krijgt waarschijnlijk nooit uw geld.

De oplossing hiervoor zou een verlengd eigensdomsvoorbehoud zijn. Dit moet echter wel correct in uw Algemene Voorwaarden zijn vermeld en die moeten dan wel toepasselijk zijn (zie punt 1).

Volgens de cursusleider betekent e.e.a. in de praktijk dat minder dan 3% van de crediteuren hun spullen terugkrijgen.

Punt 3

Een laatste punt dat ik nog mee wil geven, betreft de verpanding van de post debiteuren. Als u een financiering heeft bij een bank, zult u dit zeker mee maken of meegemaakt hebben. U geeft dan aan de bank op voorhand uw debiteuren-portefeuille.

Volgens de wet kan dit via een bij afdeling de Registratie en Successie van de Belastingdienst geregistreerde akte en moet het gaan om bepaalbare vorderingen. De bank verplicht u daarom om (meestal) iedere maand een overzicht aan de bank te sturen van uw debiteuren.

Er schijnt nu een discussie te zijn hoe de bank daar verder mee om moet gaan. Ziet de bank er niet op toe dat deze lijsten van debiteuren worden toegestuurd, dan is het mogelijk dat de verpanding geheel geen zekerheid biedt aan de bank. Stel dat de lijsten wel keurig worden opgestuurd, dan is nog de vraag of de bank die lijsten dan niet telkens moet laten registreren om zekerheid te hebben.

Het schijnt dat er een bank is in Nederland die nu iedere dag naar de Registratie gaat met een briefje waarin niets anders staat dan dat er een verpanding van debiteuren heeft plaatsgehad, waarvan de exacte omvang blijkt uit de administratie van diezelfde bank. Dit zou dan voor alle filialen van deze bank voldoende zijn.

Vooral voor de adviseurs bij banken is dit punt van belang. Misschien moet de kredietcommissie van uw bank zich nog eens beraden op de werkwijze. Mocht u als ondernemer echter diensten of goederen leveren en heeft u de debiteuren van uw afnemer aan u laten verpanden, neem dan zeker contact op met uw jurist om te beoordelen of u uw handelwijze moet aanpassen.

Punt 4

Als u dan toch bij uw juridisch adviseur aan tafel zit om het voorgaande te bekijken, praat dan ook eens over de verhuurconstructie.

Ik ga hier verder niet diep op in, maar het schijnt dat deze methode wordt ingezet als er signalen zijn dat de fiscus bodembeslag gaat leggen. Met de verhuur-constructie voorkomt de ondernemer dat (een deel van) de apparatuur door de belastingdienst in beslag genomen wordt.

Wel gaat dan direct het bedrijf (letterlijk) op slot, zodat doorwerken onmogelijk is. Dit schijnt echt een laatste redmiddel te zijn en heeft eigenlijk alleen een voordeel voor de bank die de financieringen heeft verstrekt aan de ondernemer.

Omdat daardoor de schuld aan de bank doorgaans (wat) lager uitvalt, dan als de belastingdienst het bodembeslag kan leggen, heeft de ondernemer daar toch een (klein) voordeel mee. In de praktijk is de ondernemer namelijk toch ook privé aansprakelijk richting de bank als er een faillissement is.

Brief verwijzers inzake nieuwe uitbetalingsregels.

 

 

 

Maastricht, 21 januari 2008

 

Referentie                   Nieuwe regelgeving betalingen

In behandeling bij        Mr Ernst Loendersloot

 

 

 

 

Geachte relatie,

 

In ons streven om onze dienstverlening te optimaliseren opdat onze wederzijdse cliënten daar het voordeel van hebben, sturen wij u met een zekere regelmaat informatie waarvan wij denken dat die relevant is. Deze brief is daar wederom een onderdeel van.

 

In het streven naar het voorkomen van misbruik van het notariaat door criminelen bij witwassen of terroristen bij de financiering van hun activiteiten, heeft onze beroepsorganisatie een nieuwe richtlijn opgesteld terzake van de uitbetaling van gelden bij transacties met onroerende zaken. Deze regels van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) zijn door haar opgesteld in overleg met het Ministerie van Justitie (MvJ).

 

Wat onze eigen gedachten ook mogen zijn over deze nieuwe regels, zij zijn een gegeven. Het grootste deel van deze regels zal voor u geen belemmeringen vormen in uw eigen adviespraktijk. Een klein deel echter wel en daarop willen wij kort ingaan.

 

De achterliggende gedachte van de KNB en het MvJ is geweest dat de uitbetalingen door de notaris traceerbaar moeten zijn, moeten geschieden overeenkomstig opdrachten van financiële instellingen en dat overblijvende gelden alleen mogen worden overgemaakt op een rekening van de cliënten.

 

Aflossing kredieten

Stel nu dat de cliënt een deel van de gelden die geleend worden middels een hypotheekakte, wil gebruiken voor aflossing van een doorlopend krediet. Tot nu toe gaf de cliënt dan het rekening nummer op van dit krediet en werd daarop een deel van de gelden overgemaakt door de notaris.

 

Onder de nieuwe regelgeving mogen wij dat alleen doen als in de opdrachtbrief voor de hypotheek expliciet is opgegeven dat er afgelost moet worden op het krediet. Ontbreekt deze opdracht, dan zal de cliënt zelf voor overboeking moeten zorgen, nadat de gelden op zijn of haar rekening zijn bijgeschreven.

 

Met andere woorden: als aflossing van een krediet gewenst is door cliënt (maar niet verplicht gesteld door de hypotheekhouder) dan zult u als adviseur toch in de opdrachtbrief moeten laten opnemen dat de notaris voor aflossing moet zorgen. Gebeurt dat niet, dan zal cliënt het zelf (achteraf) moeten regelen.

 

Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen

Tot nu toe gebeurde het wel dat u als adviseur ons een kopie stuurde van een nota voor de betaling van koopsom van een arbeidsongeschiktheidsverzekering met het verzoek deze premie te voldoen uit de hypotheekgelden.

 

Ook hier geldt dat onder de nieuwe regelgeving de notaris dit alleen mag doen als dit expliciet in de opdrachtbrief van de hypotheekakte staat. Willen cliënten dus deze verzekering afsluiten en betaling van de premie via de notaris laten verlopen, dan zult u als adviseur er voor moeten zorgen dat dit wordt opgenomen in de opdrachtbrief. Als dat niet gebeurt, dan zult u zelf in de gaten moeten houden of cliënten na het passeren zelf de koopsom overboeken.

 

Uitbetalingen aan anderen

Soms komt het voor dat cliënten het geld dat overblijft na verkoop van hun woning, willen laten overboeken naar anderen dan henzelf. Denk bijvoorbeeld aan ouders die schenkingen willen doen aan de kinderen of kinderen die een (onderhandse) lening bij hun ouders willen aflossen. Ook bij het afsluiten van een hypotheek komt het voor dat het geld (deels) gebruikt wordt hiervoor.

 

Onder de nu geldende regels mogen wij deze service niet meer verlenen. Het na de ondertekening overblijvende geld mag namelijk alleen gestort worden op een rekening ten name van de cliënt. Hieronder valt overigens gelukkig wel een en/of rekening die cliënt met een ander heeft.

 

Uitzondering op de regel is weer dat een expliciete opdracht tot aflossing, opgenomen in de opdrachtbrief voor een hypotheekakte, door de notaris opgevolgd moet worden. Ook hier ligt dus weer een taak voor u in uw advisering.

 

Storting beleggersrekening

Ook de storting van geld op een beleggersrekening valt onder de nieuwe regelgeving. Hiervoor geldt nu dat de beleggersrekening op naam van de cliënt moet staan, anders mogen wij geen gelden overmaken op die beleggersrekening.

 

Bij diverse hypotheken is het echter zo dat de rekening niet op naam van cliënt staat, maar een zogeheten tussenrekening is van de (beleggings)maatschappij. De nieuwe regelgeving betekent dus dat de na de transactie overblijvende gelden eerst door ons overgemaakt moeten worden op de betaalrekening van de cliënt, waarna deze zelf voor overboeking naar de beleggersrekening moet zorgen.

 

Ook hier weer de uitzondering dat als in de opdrachtbrief voor de hypotheekakte een expliciete opdracht staat tot overboeking op de (tussen)beleggersrekening, die opdracht wel uitgevoerd moet worden door ons.

 

Conclusie

Door de nieuwe regelgeving wordt de mogelijkheid voor de notaris om service te bieden bij de financiële afwikkeling van bijvoorbeeld hypotheekakten en levering helaas beperkt.

 

Als er gelden die overblijven overgeboekt moeten worden dan, kan dat alleen op een rekening die (mede) ten name staat van cliënt of als er in de opdrachtbrief voor de hypotheek expliciet staat dat overboeking moet plaatsvinden.

 

Als adviseur van cliënten betekent dit dat u meer werk krijgt omdat u of moet zorgen voor die vermelding in de opdrachtbrief of moet controleren (nadat de akte is getekend) dat cliënt zelf zorgt voor de overboeking naar bijvoorbeeld de beleggersrekening of van de koopsom voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

 

Om de slogan van de belastingdienst aan te passen:

Makkelijker hebben ze het niet willen maken.

 

Mocht u nog vragen en/of opmerkingen hebben, dan vernemen we dat graag van u, zodat de service van ons kantoor en die van u richting onze wederzijdse cliënten steeds beter kan worden.

 

Met vriendelijke groet,

 

 

 Mr Ernst Loendersloot