Zwitserland, Edelweiss, erfenissen en ANBI’s.

English translation follows below Dutch text

Deze column is geschreven voor de ANBIWIJZER.
U kunt uitgaven nabestellen of een abonnement nemen.

======================================================

Edelweiss is een plantje dat al eens een hoofdrol speelde in een strip-album met Asterix en Obelix. Maar ook het Nederlandse parlement heeft zich genoodzaakt gezien wetten aan te passen vanwege dit bloemetje.
Asterix: 16. De Helvetiers, Rene Goscinny

Althans, regels zijn gewijzigd omdat de angst bestond dat er in Zwitserland belastbaar vermogen aanwezig was waarvan de Nederlandse fiscus niets afwist. Bij overlijden van de belastingplichtige bestond een rële kans dat een executeur aangifte voor de erfbelasting zou doen, maar daarin niet zou vermelden dat dit vermogen er was. Simpelweg omdat de executeur hiervan ook niet op de hoogte was.

Na verloop van voldoende jaren, zouden de erfgenamen dan de belastingdienst van deze omissie op de hoogte kunnen stellen en dat Zwitserse vermogen onbelast kunnen ontvangen. Niet zij maar de executeur had de fout gemaakt en de executeur zou zich kunnen verschuilen achter het feit dat hij of zij niet op de hoogte was van dit vermogen.

Hoe groot het probleem was, is nooit boven water gekomen, maar het parlement vond dat de Edelweiss-route afgesneden moest worden. Dat is dan ook gedaan door wijziging van de Invorderingswet waarbij de executeur in artikel 47 aansprakelijk wordt gesteld voor de heffing en betaling van de erfbelasting.

In de Wet overige fiscale maatregelen 2012, welke op 22 december 2011 in het Staatsblad is gepubliceerd is vermeld dat artikel 47 van de Invorderingswet wordt uitgebreid met een tweede lid. Daarin staat sinds 1 januari 2012 dat de executeur niet aansprakelijk is voor zover door de executeur aannemelijk gemaakt kan worden dat het niet aan de executeur te wijten is dat er te weinig erfbelasting wordt betaald.

Onduidelijk is echter wanneer de executeur voldoende actief is geweest om te achterhalen of alle vermogensbestanddelen wel zijn opgenomen in de successieaangifte die door of namens de executeur is ingediend. Dat is dus direct ook een probleem voor executeurs die de overledene niet of niet goed gekend hebben. Hoe weet je als executeur zeker dat de overledene niet een bankrekening in Zwitserland (of Luxemburg) heeft geopend op weg naar het vakantie-adres in Frankrijk, Oosternrijk of Italië ?

Voor ANBI’s is dat een reëel probleem als ze zowel erfgenaam als executeur zijn. Vaak willen ANBI’s dat zij tot executeur benoemd worden door de testateur/-trice als ze ook (mede-)erfgenaam zijn. Dan kan de ANBI de regie goed in handen houden en besparen op de kosten van de afwikkeling.

Het aanvaarden van de benoeming tot executeur houdt ook in het aanvaarden van de plicht om de aangifte voor de erfbelasting te doen. En gezien de aansprakelijkheid van de executeur als er naderhand nog vermogensbestanddelen boven tafel komen, is het misschien raadzaam als ANBI’s de executeursbenoeming juist afwijzen. Zij kennen de erflater/-laatster niet en weten dus nooit zeker of er nog ergens “zwart geld” is. Kan de ANBI niet aantonen dat er voldoende gedaan is om die informatie boven tafel te krijgen, dan is en blijft de ANBI als executeur dus op grond van artikel 47 Invorderingswet aansprakelijk.

ANBI’s hebben in de statuten staan dat een erfenis alleen “beneficiair aanvaardt” mag worden om het eigen vermogen te beschermen tegen eventuele schulden van de overledene. In dat kader vraag ik mij af of vanwege artikel 47 Invorderingswet de statuten niet uitgebreid moeten worden in die zin dat ook het aanvaarden van een benoeming tot executeur niet is toegestaan.

=======================================================

English translation done by Google Translate:

This column was first published in ANBIWIJZER.
You can order or subscribe.

Edelweiss is a plant that already played a major role in a strip-album Asterix and Obelix. But the Dutch parliament was forced to adapt laws because this flower.

At least, rules have changed for fear of that taxable assets in Switzerland was present with the Dutch tax authorities knew nothing about. Upon the death of the taxpayer was a fair chance that an executor declaration for the inheritance tax would, but it would not mention that this ability was there. Simply because the executor thereof not aware.

After a sufficient number of years, then the tax would be the heirs of this omission to be informed about and Swiss power load can receive. Not they but the executor had the mistake and the executor would be able to hide behind the fact that he or she was aware of this ability.

How big was the problem, has never surfaced, but the parliament found that the Edelweiss route had to be cut off. That is done by modifying the Collection where the executor in Article 47 is held liable for the collection and payment of the inheritance tax.

In the Act other fiscal measures in 2012, on 22 December 2011 in the Official Gazette is published states that Article 47 of the Collection is extended with a second member. It is since 1 January 2012 that the executor is not liable insofar as the executor can be made plausible that it is not the executor is due to too little inheritance tax is paid.

It is unclear, however, if the executor has been active enough to determine whether all assets have been included in the estate tax return filed by or on behalf of the executor has been submitted. That is also a problem for direct executors of the deceased is not or not properly known. How do you know if executor sure that the deceased did not have a bank account in Switzerland (or Luxembourg) has opened the way to the holiday address in France: Austria or Italy?

For ANBI’s is a real problem if they both heir and executor are. Often they want ANBI’s executor to be appointed by the testator / trice if they (co-) heir. Then the ANBI the control well in control and save on the cost of the settlement.

Accepting the appointment as executor also means accepting the obligation to return the inheritance to do. And considering the liability of the executor as it afterwards assets above table are, it might be advisable as ANBI’s executor appointed correctly reject. They know the testator / outlet did not know and so never sure whether there somewhere “black money”. Can ANBI not demonstrate that sufficient has been done to the information above table, it is and remains the ANBI as executor so under Article 47 Collection Act liability.

ANBI’s in the statutes allow a legacy only “beneficially accepts” may be to equity against any debts of the deceased. In that context, I wonder whether because Article 47 of the Tax Collection Statute does not have to be extended in the sense that even accepting an appointment as executor is not allowed.

 

Laat de notaris de erfenis afwikkelen. Doe het niet zelf !

Dit stuk is eerder verschenen in de ANBIWIJZER.
U kunt de betreffende publicatie nabestellen of een abonnement nemen.

=======================================================

 (English translation follows below Dutch tekst)

 

 

 

Het klinkt misschien alsof ik hier een commercieel praatje hou voor het notariaat. “Laat ons nu de erfenis afwikkelen en onze uren declareren en hou als ANBI alleen je hand op. Er is genoeg voor iedereen.”.

 

Maar dat is niet waarom ik dit schrijf. Het gaat mij om de les die getrokken kan worden uit de uitspraak van de rechtbank in Haarlem van 30 mei 2012.

 

In die zaak benoemde de testateur in zijn testament een goede vriend tot executeur. Deze vriend was echter niet juridisch of financieel geschoold en was ook geen ervaringsdeskundige betreffende de afwikkeling van erfenissen.

 

De erfgenamen stelden de executeur aansprakelijk voor door hen geleden schade omdat (naar hun mening) panden van de overledene voor een te lage prijs waren verkocht. Dat zou het gevolg zijn van de methode die de executeur had gekozen: Verkoop bij Inschrijving.

 

De executeur had deze methode gekozen op advies van de door hem ingeschakelde makelaar en na overleg met de accountant van de overledene (die overigens mede-executeur was). Deze laatste had aangegeven dat, vanwege de huidige marktomstandigheden, het van belang was om van de panden af te komen.

 

De rechtbank was van mening dat de executeur niet aansprakelijk was omdat hij een leek was die zich liet bijstaan door adviseurs die wel juridisch en financieel geschoold waren (de makelaar en de accountant).

 

Tussen de regels van de uitspraak door kun je lezen dat als de executeur wel deskundig was geweest, de lat hoger had gelegen en hij eerder aansprakelijk was geweest jegens de erfgenamen.

 

Daarom kom ik ook tot mijn conclusie dat ANBI’s misschien maar beter deskundigen kunnen inhuren om erfenissen af te wikkelen. Veel goede doelen doen dat nu juist niet en laten nalatenschappen juist door hun eigen (deskundige) personeel afhandelen. Zolang het goede doel dan maar de enige erfgenaam is, is er geen probleem te verwachten door de uitspraak uit Haarlem.

 

Maar zijn er meer erfgenamen (bijvoorbeeld omdat er meerdere ANBI’s tot erfgenaam zijn benoemd) dan ligt een schade claim van deze andere erfgenamen op de loer voor de ANBI die de benoeming tot (enige) executeur heeft aanvaard. Schakelt deze ANBI-executeur een notaris in voor de afwikkeling, dan schuiven mogelijke schadeclaims door naar de notaris.

 ======================================================
English translation provided by Google Translate:

This piece was published in the ANBIWIJZER.
You can reorder the relevant publication or a subscription.

 

It may sound like I talk like a commercial for notaries. “Let us settle the inheritance and our hours and declare love as ANBI only your hand. There is enough for everyone.”.

 

But that’s not why I write. For me it’s the lesson that can be drawn from the judgment of the court in Haarlem on 30 May 2012.

 

In that case the testator named in his will a good friend as executor. This friend was not legally or financially educated and had no experience expert on the settlement of inheritances.

 

The heirs claimed the executor liable for any loss suffered by them because (in their view) properties of the deceased for a low price were sold. That would be the result of the method that the executor had chosen: Sales at Registration.

 

The executor had chosen this on the advice of his broker engaged and after consultation with the auditor of the deceased (who was co-executor). The latter had indicated that, due to the current market conditions, it was important to get rid of the ads.

 

The court was of the opinion that the executor was not liable because he was a layman who was assisted by advisers who are legally and financially schooled (the broker and accountant).

 

Between the lines of the statement by you can read that as the executor or expert had been raising the bar had been and he previously had been held against the heirs.

 

Therefore I also come to my conclusion that ANBI’s perhaps better to hire experts to inheritances to settle. Many charities do exactly that and not leave bequests because of their own (professional) staff handling. As long as the charity then but the only heir, there is no problem anticipated by the statement from Haarlem.

 

But there are more heirs (eg because there are several ANBI’s heir appointed) then a damage claim these other heirs in wait for the ANBI the appointment (only) executor has accepted. Deactivates this ANBI executor a notary in the settlement, then scroll to the potential claims by notary.

 

Soms zit het mee, soms zit het tegen.

(English translation follows after Dutch Tekst)

 

 

 

 

Als ANBI is het belangrijk goed na te denken voordat de naam of rechtsvorm wordt gewijzigd. Ook het opheffen van de ANBI is niet zonder meer aan te raden.

Ik doel hierbij op de praktische gevolgen van een uitspraak van de Rechtbank in Rotterdam en een arrest van het Gerechtshof in Den-Haag. In Rotterdam kwam het allemaal goed voor de ANBI. Maar voor de ANBI die bij het Hof stond niet. Graag bespreek ik de beide uitspraken.

 

Het zit mee:

In de als eerste gewezen uitspraak van de rechtbank in Rotterdam moest beslist worden of een stichting in de plaats van een ontbonden vereniging erfgenaam kon zijn. In 1992 had iemand een testament opgesteld en daarin tot mede-erfgenaam benoemd: de Vereninging van Verpleeghuis “De Vijf” Havens”. In 2010 overlijdt deze persoon en blijkt dat deze vereniging al in 1998 is ontbonden.

Het bestuur van de stichting: Stichting Vrienden van “De Stromen” stelde dat laatstgenoemde stichting erfgenaam was in de plaats van die ontbonden vereniging. Weliswaar ging het hier om een andere rechtspersoon (stichting in plaats van vereniging) en was de naam anders en het “werkgebied” groter, maar het doel van de stichting was vergelijkbaar. Namelijk het bevorderen van de leef omstandigheden van de bewoners van verpleeghuis “De Vijf Havens”. Dat is één van de verpleeghuizen waarvan de bewoners door de stichting worden geholpen.

De rechtbank haalt artikel 47 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek aan. Dit omdat dan gekeken kan worden of uit het testament blijkt dat de overledene zijn testament zou hebben aangepast als hij zich had gerealiseerd dat uitvoering van zijn wensen onmogelijk was geworden. De rechtbank concludeert dat uit het testament blijkt dat de overledene zijn testament zou hebben aangepast als hij zich gerealiseerd had dat de vereniging niet meer bestond.

Dus kon de rechtbank bepalen dat de nieuwe stichting in de plaats van de (ontbonden) maar in het testament expliciet genoemde vereniging erfgenaam was.

 

Het zit tegen:

Drie weken na deze uitspraak gaat het mis bij het Gerechtshof. In die zaak was in 1987 een testament opgesteld waarin een stichting tot erfgenaam was benoemd. In 1996 is deze stichting ontbonden wegens “gebrek aan baten”. Enkele jaren later (vermoedelijk in 2009) overlijdt de testateur en blijkt dat er geen nieuw testament is opgesteld.

Een andere stichting, die op 17 januari 2003 is opgericht, claimt dat zij in plaats van de ontbonden stichting recht heeft op de erfenis. Weliswaar is de naam anders, maar het doel is hetzelfde en ook een deel van het bestuur en de vrijwilligers zijn hetzelfde als bij de oude stichting.

Het Hof kijkt bij de beslechting van de rechtsvraag ook naar artikel 47 Boek 4 BW net als de rechtbank in Rotterdam. Maar hier wordt een tegengestelde conclusie getrokken. De erflater zou zich wel gerealiseerd (moeten) hebben dat de regeling in het testament onmogelijk uit te voeren was na de ontbinding in 1996 van de in het testament genoemde stichting. Volgens het Hof was het de erflater tijdens zijn leven bekend (of had het hem bekend kunnen zijn) dat deze regeling sinds 1996 niet meer up-to-date was. Kennelijk was dat geen reden om het testament aan te passen.

Oftewel de nieuwe stichting wordt geen erfgenaam in de plaats van de oude stichting.

 

Conclusie: 

Omdat een Gerechtshof een hogere rechterlijke instantie is dan een rechtbank, betekent dit dat het eerder tegen dan mee zal zitten. De uitspraak van de rechtbank is dan echt een uitzondering die de regel bevestigt.

 

Dit artikel is eerder verschenen in de ANBIWIJZER.

=======================================================
English translation provided by Google Translate:

If ANBI is important to think carefully before the name or legal form is changed. Also lifting the ANBI is not necessarily advisable.

I refer to the practical consequences of a judgment of the District Court in Rotterdam and a judgment of the Court in The Hague. In Rotterdam, it all came good for ANBI. But for the ANBI that the Court was not. I like to discuss these.

 

It sits along:

In the first decision delivered in the Rotterdam court had to decide whether a foundation in place of a dissolved association heir could be. In 1992 someone had a will drawn up and it co-heir: the Association of Nursing of “The Five” Ports “. In 2010 dies that person and that this association already in 1998 disbanded.

The Board of the Foundation: Foundation Friends of “Flows” suggested that the latter foundation heir instead of that association dissolved. True, it is a different legal entity (foundation instead of association) and the name was different and the “area” bigger, but the purpose of the foundation was similar. Namely the promotion of the living conditions of the residents of nursing “Five Ports”. That is one of the nursing homes whose residents are helped by the foundation.

The court cites Article 47 of Book 4 of the Civil Code. This is because it can be assessed from the will that the deceased his will would have changed if he had realized that carrying out his wishes had become impossible. The court concludes that from the will that the deceased his will would have changed if he had realized that the association no longer existed.

So could the court determine that the new foundation in place of the (dissolved) but in the will explicitly mentioned association heir.

 

It is against:

Three weeks after this ruling goes wrong with the Court. In that case, in 1987 a will drawn up a foundation to heir was appointed. In 1996 this foundation disbanded due to “lack of income”. Some years later (probably in 2009) the testator dies and that there is no New Testament has been prepared.

Another foundation, which was established on 17 January 2003, claiming that instead of the dissolved foundation is entitled to the inheritance. Although the name is different, but the goal is the same and also a part of the Board and volunteers are the same as the old foundation.

The Court looks at the resolution of the legal question also to Article 47 Book 4 BW as the court in Rotterdam. But here is a contrary conclusion. The testator would be realized (should) have the scheme in the will was impossible to carry out in 1996 after the dissolution of the foundation mentioned in the will. According to the Court was the testator during his life known (or should be known to him) that this scheme since 1996 no longer up-to-date. Apparently that was no reason for the will to adapt.

Or the new foundation is no heir in place of the old foundation.

 

Conclusion:

Because a Court of a higher court than a court, this means that rather than against them will sit. The court ruling is really an exception that proves the rule.

 

This article was previously published in the ANBIWIJZER.

Dorps- en buurthuizen kunnen ook ANBI’s zijn.

(English translation follows after the Dutch text)

 Nieuwe inkomstenbron mogelijk.

Op 22 juni 2012 heeft de Hoge Raad een interessante uitspraak gedaan voor dorps- en buurthuizen. Door die uitspraak kunnen zij een belangrijke nieuwe inkomstenbron aanboren, namelijk de periodieke schenking waarbij de schenker een belastingvoordeel heeft.

In het arrest van de Hoge Raad ging het om de Stichting Wijkcentrum die volgens de statuten tot doel had:
=    de bevordering van het welzijn en de behartiging van de belangen van de bewoners van de wijk, meer speciaal van degenen onder hen die tot de zogenoemde kansarmen zijn te rekenen;
=    het op peil houden dan wel verbeteren van de leefbaarheid van de wijk en het bevorderen van goede onderlinge contacten tussen de wijkbewoners;
=    het ontwikkelen en in stand houden van activiteiten van sociaal/maatschappelijke aard, op cultureel en vormend gebied en in creatieve en ontspannende zin;
=    het activeren van de wijkbewoners tot deelname aan deze activiteiten;
=    het motiveren en activeren van wijkbewoners tot het mede-organiseren en medebegeleiden van bedoelde activiteiten en het begeleiden van medewijkbewoners;
=    het onderhouden casu quo bevorderen van goede contacten met alle instellingen en activiteitengroepen die in de wijk actief zijn op een of meer terreinen bedoeld in de doelstelling van belanghebbende.

Daar is natuurlijk geld voor nodig en dat verkreeg de stichting onder meer door het onderverhuren (voor een niet-commerciële huur) van het wijkgebouw. De eigenaar daarvan was de gemeente en de stichting huurde dit gebouw.

Maar de stichting deed wel meer dan alleen het (onder-)verhuren van de ruimten. In de uitspraak wordt bijvoorbeeld vermeld dat er ook computer-cursussen worden gegeven en schaakles. Voor de volledige lijst verwijs ik naar de uitspraak.

De Stichting Wijkcentrum had bij de Belastingdienst de zogeheten ANBI status aangevraagd, maar de inspecteur had die afgewezen. Reden daarvoor was het feit dat de onderverhuur van de ruimten een indicatie was dat er geen algemeen belang werd gediend.

Bij de rechtbank in Breda en later bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch werd de inspecteur echter in het ongelijk gesteld. De stichting kreeg van beide rechterlijke instanties toch de ANBI-status.

Nu heeft dus in hoogste instantie de Hoge Raad het oordeel van de rechtbank en het Hof bevestigd. Het enkele feit dat ruimte wordt door-verhuurd is volgens de Hoge Raad geen reden om aan te nemen dat een buurthuis niet het algemeen belang dient.

Voor deze Stichting Wijkcentrum natuurlijk een prettige uitkomst, maar die is voor ieder buurt- of wijkcentrum van belang. Met het arrest in de hand kan iedere stichting die een buurt- of dorpshuis exploiteert een aanvraag doen voor de ANBI status. Zodra die toegekend is door de Belastingdienst, kan begonnen worden met een fondsen-wervingscampagne.

Particuliere buurt-bewoners kunnen zich namelijk vastleggen (bij notariële akte) om minimaal 5 jaar lang een vast bedrag schenken aan de exploiterende stichting. Dat is dan een periodieke gift die afgetrokken kan worden van de inkomstenbelasting. 

Simpel gesteld: als de schenker 52% inkomstenbelasting betaalt, dan “kost” de periodieke schenking van € 100,- deze buurtbewoner ieder jaar € 48,-.

Ik denk dat veel dorp- en buurthuizen zich dit niet realiseren en raad hen dus aan om de uitspraak en hun statuten goed te lezen en dan een bezoek te brengen aan de notaris om afspraken te maken over de kosten van de door de notaris op te maken schenkingsakten.

=======================================================
English translation provided by Google Translate:

New revenue possible.

On 22 June 2012, the Supreme Court ruled on an interesting village and community centers. By that statement, they can tap into an important new source of income, namely the periodic donation where the donor has a tax.

In the judgment of the Supreme Court concerned the Foundation Wijkcentrum which the statute was intended to:
= The promotion of the welfare and protection of the interests of the inhabitants of the district, more especially of those among them who are the called underprivileged counting;
= In maintaining or improving the quality of life in the district and to promote good contacts between the residents;
= Developing and maintaining activities of social / societal, cultural and forming region and in creative and relaxing sense;
= Activating the residents to participate in these activities;
= Motivating and enabling residents to co-organizing and supervising such activities and assisting fellow residents;
= Maintain case may foster good relations with all institutions and groups activities in the district are active in one or more fields specified in the objective concerned.

There is of course money is needed and obtained the foundation including the sublet (for non-commercial rent) of the district building. The owner of these was the church and the foundation rented this building.

But the foundation is doing more than just the (sub) lease of premises. The ruling stated for example that there are computer courses are given and chess. For the full list I refer to the statement.

The Foundation Wijkcentrum had the Tax called ANBI status requested, but the inspector who had rejected. The reason for this was the fact that the subletting of the premises is an indication that there was no public interest was served.

When the court in Breda and later at the Court of ‘s-Hertogenbosch, the inspector however unsuccessful. The foundation was of two courts nevertheless ANBI status.

Now therefore has the highest authority the Supreme Court’s judgment of the District Court and the Court. The mere fact that space is-let the Supreme Court no reason to believe that a community is not in the public interest.

This foundation course Wijkcentrum a pleasant outcome, but that for every neighborhood or community center of interest. With the judgment in hand, any foundation that a neighborhood or village operates a request for ANBI status. Once assigned, the tax can be started fund-recruitment.

Private neighborhood residents can indeed capture (by notarial deed) to a minimum of 5 years, a fixed amount paid to the operating foundation. That is a periodic gift that can be deducted from income tax.

Simply put: if the donor pays 52% income tax, then “cost” periodic donation of € 100, – this neighbor every year € 48, -.

I think a lot of village and community centers do not realize this and advise them so to the verdict and their statutes to read and then a visit to the notary to agree on the cost of the notary to draw up gift certificates.

De harmonie heeft nieuwe uniformen en instrumenten nodig. Wat nu ?

(English translation follows after the Dutch text)

Deze vraag moet geregeld beantwoord worden door de besturen van muziekgezelschappen. Maar het antwoord is voor meer clubs die geld nodig hebben van belang.

Meestal wordt bij de fondsenwerving een beroep gedaan op particuliere donateurs. Vaak denken de fondsenwervers dat de particulieren zich makkelijker tot betaling van grotere bedragen laten overhalen als er een fiscaal voordeel is.

In dat kader wil ik graag wijzen op artikel 6:32 en volgende van de Wet op de inkomstenbelasting (IB). Dit keer ga ik echter niet in op de peridodieke schenkingen als bedoeld in artikel 6:34 IB, maar juist op de éénmalige en toch aftrekbare giften.

Volgens artikel 6:31 lid 1 sub b zijn namelijk ook aftrekbaar van de inkomstenbelasting de “andere giften”. In artikel 6:35 IB wordt dan vermeld dat deze “andere giften” ook giften aan steunstichtingen SBBI zijn.

SBBI staat voor: sociaal belang behartigende instelling (SBBI). De belastingdienst geeft als voorbeelden van SBBI’s: zangkoren en dansgroepen, muziek- en harmonieverenigingen, sportclubs, speeltuinen, personeelsverenigingen, ouderenverenigingen, lokale scoutingclubs, amateurtoneelverenigingen en -theatergroepen.

Voor de duidelijkheid: een gift aan de SBBI zelf is niet aftrekbaar. Een gift aan de steunstichting mogelijk wel.

Er is een Uitvoeringsregeling waarin de eisen zijn vermeld waaraan de steunstichting moet voldoen, wil de éénmalige gift aftrekbaar zijn. Met name hetgeen in artikel 1f van deze Uitvoeringsregeling is vermeld kan problemen opleveren voor goed bedoelende vrijwilligers die geld inzamelen voor de Harmonie.

Met name is van belang dat slechts één keer per vijf jaar de steunstichting als Steunstichting SBBI kan worden aangemerkt. Bovendien dient er sprake te zijn van een “viering” in dat jaar. Eigenlijk wordt daarmee bedoeld dat voor een Lustrum geld ingezameld kan worden waarbij de belastingdienst een en ander fiscaal aantrekkelijk maakt.

Dat dit geen loze eis is, blijkt uit lid 2 van artikel 1f van het Uitvoeringsreglement waarin staat dat bij de inzamelingsactie duidelijk aangegeven moet worden voor welk “Lustrum”-jaar de inzameling bedoeld is. Het niet duidelijk naar voren brengen van dat jaar betekent dat de giften niet aftrekbaar zijn van de inkomstenbelasting.

Gelukkig is in de regeling wel opgenomen dat de steunstichting kan kiezen uit:
=     het Lustrum jaar zelf; of
=     het jaar voorafgaand aan het Lustrum jaar; of
=     het jaar na het Lustrum jaar.

Dus de fondsenwerving kan plaatsvinden voordat het speciale jaar zich aandient, zodat er geld in kas is. Of in het jaar na de viering (om de kas weer aan te vullen nadat alle betalingen zijn geweest), dan wel in het Lustrum jaar zelf. De keuze is aan het bestuur van de steunstichting.

Wat betekent dit nu voor de Harmonie waar vrijwilligers zich willen inzetten om geld in te zamelen voor nieuwe uniformen of instrumenten ? Ik ga er daarbij van uit dat zij de aftrekbaarheid van giften willen gebruiken om meer donateurs te vinden of deze hogere bedragen te laten schenken.

Allereerst moet er een stichting worden opgericht waarvan de statuten voldoen aan de vereisten van het Uitvoeringsreglement. Vervolgens moet gezocht worden naar een “Lustrum”. En alleen in dat jaar (of ter keuze van het bestuur het jaar ervoor of het jaar erna) kan de donateur zijn schenking in mindering brengen op het verzamelinkomen.

Een fondsenwervingsactie voor nieuwe instrumenten of uniformen omdat deze versleten zijn, past niet in dat kader. Ook de wens om mooiere uniformen of betere instrumenten te kopen omdat de Harmonie naar een hogere klasse is gepromoveerd, wordt door de fiscus als onacceptabel gezien. Maar waarschijnlijk zal er in de rijke historie van de Harmonie vast wel een moment zijn geweest waarvan dit jaar (of volgend jaar) een lustrum kan worden gevierd waarvoor fondsen nodig zijn.

DIT ARTIKEL IS EERDER VERSCHENEN IN DE ANBI-WIJZER

Harmonie St Caecilia uit Eijsden geeft openbaar concert op het Vrijthof in Maastricht

=====================================================
English translation provided by Google Translate:

This question must be answered regulated by the boards of musical groups. But the answer is more clubs who need money are important.

Usually, the fundraising appealed to private donors. Often think the fundraisers that individuals are easier to pay larger amounts persuaded if there is a tax advantage.

In that context, I would like to refer to Rule 6:32 and following of the Law on Income Tax (IT). This time I’m not in the peridodieke donations referred to in Article 6:34 IB, but on the off yet deductible donations.

Article 6:31 paragraph 1 b are in fact also deductible from income tax the “other gifts”. Article 6:35 IB is then stated that these “other gifts” also donations to support his foundations SBBI.

SBBI stands for: social importance Meditate funding institution (SBBI). The IRS gives as examples of SBBI’s: choirs and dance groups, music and harmony associations, sports clubs, playgrounds, staff associations, elderly associations, local scouting clubs, associations and amateur theater groups.

For clarity, a gift to the SBBI itself is not deductible. A gift to the Foundation may support it.

There is an Implementation which the requirements with which the support foundation must meet to the deductible donation. In particular, the provisions of Article 1f of this Implementation mentioned could pose problems for well-meaning volunteers who raise money for the Harmony.

It is particularly important that only once every five years the support foundation as Steunstichting SBBI can be considered. Moreover, there should be a “celebration” in that year. Actually you have to understand that for a Lustrum money can be collected with the tax authorities and other fiscally attractive.

That this is no idle claim is evident from paragraph 2 of Article 1f of the Implementing Regulations which states that the fundraising should be clearly indicated for which “jubilee” year’s collection is intended. It is not clear the market of the year means that the donations are not deductible from income.

Fortunately, in the scheme are included that support foundation can choose from:
= The Jubilee year itself, or
= The year prior to the Jubilee year, or
= The year of the Jubilee year.

So the fundraising can take place before the special year presents itself, so there is money in cash. Or in the year after the celebration (the cash to replenish after all payments have been), or in the Jubilee year itself. The choice is up to the board of the foundation support.

What does this mean for the Harmony where volunteers are committed to raise money for new uniforms or instruments? I assume that they be of the deductibility of donations will be used to recruit more donors find or such higher amount to donate.

The first is a foundation be established whose articles fulfill the requirements of the Implementing Regulations. Next, search for a “Jubilee”. And only in that year (or at the discretion of the Board the previous year or the year after) the donor are donation deduct the aggregate income.

A fundraising campaign for new instruments or uniforms because they are worn, does not fit into this framework. The desire to better uniforms or better tools to buy, because the harmony is promoted to a higher class, is seen as unacceptable by the tax authorities. But probably will in the rich history of the Harmony surely have been a time where this year (or next year) an anniversary can be celebrated for which funds are needed.

THIS ARTICLE HAS BEEN PREVIOUSLY PUBLISHED IN THE ANBI-POINTER

Harmonie St. Caecilia from Eijsden gives public concerts on the Vrijthof in Maastricht

Het “lijf” bij de lijfrente of periodieke schenking

(English translation follows after the Dutch text)

In de eerste uitgaaf van de ANBI-Wijzer heb ik geschreven over de problematiek van een schenking voor de aankoop van een viool. In dat stuk bracht ik een aantal problemen voor het voetlicht en de mogelijke oplossingen daarvan.

Eén van die punten betrof een periodieke schenking aan het Nationaal Muziek Instrumenten Fonds (NMF). Pijnpunt in de beschreven situatie is dat de schenker wel eens zou kunnen overlijden binnen de termijn van 5 jaar, waardoor de jaarlijkse schenkingen stoppen voordat het totaal voor de aankoop van de viool benodigde bedrag door het NMF zou zijn ontvangen.

Na publicatie ben ik er op gewezen dat er nog een andere oplossing is. In mijn column ben ik namelijk uitgegaan van een periodieke gift als bedoeld in artikel 6:34 Wet op de inkomstenbelasting (IB) welke zou vervallen bij overlijden van de schenker. Dat laatste hoeft echter niet het geval te zijn, omdat dit niet in dat artikel staat.

Volgens het wetsartikel zijn periodieke giften weliswaar “giften in de vorm van een vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen die eindigen uiterlijk bij overlijden, aan instellingen of verenigingen”. Maar nergens is vermeld dat het overlijden dat van de schenker moet betreffen.

Stel dat:
de schenker zich bij notariële akte vastlegt tot een periodieke gift van € 10.000,- per jaar
gedurende minimaal 5 jaar
en opneemt dat deze verplichting niet eindigt bij overlijden van de schenker,
maar pas bij het overlijden van alle kinderen van de schenker.

In dat geval is voldaan aan de eisen die artikel 6:34 IB stelt aan de periodieke gift. Dankzij artikel 6:32 IB zijn de jaarlijkse betalingen dan aftrekbaar van de inkomstenbelasting voor degene die de jaarlijkse betaling voldoet.

Het voordeel voor de ontvangende ANBI (of vereniging met meer dan 25 leden) is dat er zekerheid is dat de betalingen ook doorlopen na het overlijden van de schenker. Tenminste als er voldoende middelen in de nalatenschap van de schenker aanwezig zijn.

Een argument voor de schenker om in de schenkingsakte zijn of haar “lijf” niet, maar wel dat van de kinderen op te nemen, is gelegen in de aftrekbaarheid van de verplichting tot schenking. Deze plicht blijft namelijk ook na het overlijden van de oorspronkelijke schenker bestaan. Daardoor is dat een negatieve verplichting in de nalatenschap waardoor de grondslag voor de heffing van erfbelasting vermindert.

Maar het is ook een doorlopende verplichting die voldoet aan alle eisen van artikel 6:34, 6:33 en 6:32 IB. De kinderen erven als het ware de mogelijkheid tot aftrek van hun inkomstenbelasting van de periodieke gift van hun ouder(s).

Zie daarvoor onder andere enkele uitspraken van het Gerechtshof te Den-Haag.

======================================================
English translation provided by Google Translate:

In the first edition of the ANBI guide I’ve written about the problems of a grant for the purchase of a violin. In that piece, I spent a number of problems for the spotlight and the possible solutions.

One of those points was a regular donation to the National Music Instruments Fund (NMF). Pain Point in the situation described is that the donor may be coming to die within the term of five years, making annual donations stop before the total for the purchase of the violin amount required by the NMF would be received.

After publication, I pointed out that there is another solution. In my column, I assume because of a periodic donation referred to in Article 6:34 of the Act on Income Tax (IB) which would expire upon the death of the donor. The latter, however, need not to be the case, because it is not in that state article.

According to the article of law are regular donations although “gifts in the form of a fixed and equal periodic payments which end at the latest at death, to institutions or associations”. But nowhere is it stated that the death of the donor must relate.

Suppose that:
the butler by notarial deed establishes a periodic donation of € 10.000, – per year
for at least five years
record and that this obligation does not end with the death of the donor,
but only upon the death of all the children of the donor.

In this case met the requirements of article 6:34 IB proposes to the regular gift. Thanks to article 6:32 IB are the annual payments than deductible from income for those who meet the annual payment.

The benefit to the recipient ANBI (or association with more than 25 members) is that there is certainty that the payments will continue after the death of the donor. At least if there are sufficient funds in the estate of the donor present.

One argument for the donor to the deed of gift of his or her “body” is not, but that of the children to take, is located in the deductibility of the obligation to donation. This obligation remains in practice even after the death of the original donor exist. Therefore, a negative obligation in the estate which the basis for levying inheritance tax decreases.

But it is also an ongoing commitment that meets all the requirements of Article 6:34, 6:33 and 6:32 IB. The children inherit as if the possibility to deduct from their income the periodic gift of their parent (s).

See under some other judgments of the Court in The Hague.

Dorps- en buurthuizen kunnen nu ook ANBI’s zijn.

 

Nieuwe inkomstenbron mogelijk.

 

Op 22 juni 2012 heeft de Hoge Raad een interessante uitspraak gedaan voor dorps- en buurthuizen. Door die uitspraak kunnen zij een belangrijke nieuwe inkomstenbron aanboren, namelijk de periodieke schenking waarbij de schenker een belastingvoordeel heeft.

In het arrest van de Hoge Raad ging het om de Stichting Wijkcentrum die volgens de statuten tot doel had:

  • de bevordering van het welzijn en de behartiging van de belangen van de bewoners van de wijk, meer speciaal van degenen onder hen die tot de zogenoemde kansarmen zijn te rekenen;
  • het op peil houden dan wel verbeteren van de leefbaarheid van de wijk en het bevorderen van goede onderlinge contacten tussen de wijkbewoners;
  • het ontwikkelen en in stand houden van activiteiten van sociaal/maatschappelijke aard, op cultureel en vormend gebied en in creatieve en ontspannende zin;
  • het activeren van de wijkbewoners tot deelname aan deze activiteiten;
  • het motiveren en activeren van wijkbewoners tot het mede-organiseren en medebegeleiden van bedoelde activiteiten en het begeleiden van medewijkbewoners;
  • het onderhouden casu quo bevorderen van goede contacten met alle instellingen en activiteitengroepen die in de wijk actief zijn op een of meer terreinen bedoeld in de doelstelling van belanghebbende.

Daar is natuurlijk geld voor nodig en dat verkreeg de stichting onder meer door het onderverhuren (voor een niet-commerciële huur) van het wijkgebouw. De eigenaar daarvan was de gemeente en de stichting huurde dit gebouw.

Maar de stichting deed wel meer dan alleen het (onder-)verhuren van de ruimten. In de uitspraak wordt bijvoorbeeld vermeld dat er ook computer-cursussen worden gegeven en schaakles. Voor de volledige lijst verwijs ik naar de uitspraak.

De Stichting Wijkcentrum had bij de Belastingdienst de zogeheten ANBI status aangevraagd, maar de inspecteur had die afgewezen. Reden daarvoor was het feit dat de onderverhuur van de ruimten een indicatie was dat er geen algemeen belang werd gediend.

Bij de rechtbank in Breda en later bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch werd de inspecteur echter in het ongelijk gesteld. De stichting kreeg van beide rechterlijke instanties toch de ANBI-status.

Nu heeft dus in hoogste instantie de Hoge Raad het oordeel van de rechtbank en het Hof bevestigd. Het enkele feit dat ruimte wordt door-verhuurd is volgens de Hoge Raad geen reden om aan te nemen dat een buurthuis niet het algemeen belang dient.

Voor deze Stichting Wijkcentrum natuurlijk een prettige uitkomst, maar die is voor ieder buurt- of wijkcentrum van belang. Met het arrest in de hand kan iedere stichting die een buurt- of dorpshuis exploiteert een aanvraag doen voor de ANBI status. Zodra die toegekend is door de Belastingdienst, kan begonnen worden met een fondsen-wervingscampagne.

Particuliere buurt-bewoners kunnen zich namelijk vastleggen (bij notariële akte) om minimaal 5 jaar lang een vast bedrag schenken aan de exploiterende stichting. Dat is dan een periodieke gift die afgetrokken kan worden van de inkomstenbelasting. 

Simpel gesteld: als de schenker 52% inkomstenbelasting betaalt, dan “kost” de periodieke schenking van € 100,- deze buurtbewoner ieder jaar € 48,-.

Ik denk dat veel dorp- en buurthuizen zich dit niet realiseren en raad hen dus aan om de uitspraak en hun statuten goed te lezen en dan een bezoek te brengen aan de notaris om afspraken te maken over de kosten van de door de notaris op te maken schenkingsakten.

Een betere wereld bereik je door thee en koffie te drinken

Onder een soortgelijke titel heb ik een idee gelanceerd op het forum van de Rabobank.

HET FORUM
Deze bank heeft dat forum ingesteld omdat zij jarig is en iedere wereldburger in staat wil stellen om ideeën kenbaar te maken, waarna gekeken wordt of de Rabobank deze operationeel kan maken. De bank vraagt suggesties onder meer omdat ze wil weten wat de Rabobank kan doen om de wereldwijde voedsel produktie duurzaam te maken en zeker te stellen.

STEUN HET INITIATIEF
Graag wil ik je oproepen om het forum te bezoeken als je zelf ideeën hebt, maar vooral om mijn idee te lezen en te steunen als je het een goed idee vindt.

De bank heeft al aangegeven dat ze het verder willen onderzoeken, maar hoe meer mensen reageren, hoe groter de kans dat het ook uitgevoerd wordt. Want hoe meer mensen een idee steunen, hoe eenvoudiger het is om de directie te overtuigen.

Daarom: bezoek het forum en steun mijn idee. En “let’s go viral”.

20120917-101257.jpg

MIJN IDEE
Voor de volledigheid hier een korte samenvatting van het idee:
Als thee en koffie liefhebber, heb je belang bij een goede kwaliteit van de grondstoffen en de wijze van bereiding van deze warme dranken.

Sommigen van jullie zullen dan ook wel eens gaan zitten bij ketens zoals Starbucks, Bagels and Beans of kleinere als Coffee Lovers of Teazone in Maastricht of De Laatste Kruimel in Amsterdam.

Als de Rabobank een uitbreiding maakt op het PIN betalingssysteem, dan wordt telkens als je afrekent voor je Caffe Latte, Espresso of Theo d’Or-thee, een door jou vastgesteld bedrag naar een speciaal fonds overgemaakt.

Als iedere klant bijvoorbeeld 1% per betaling stort, dan is dat aan het einde van iedere dag een fors bedrag dat het fonds als donatie ontvangt.

Vervolgens gebruikt dit fonds het geld weer om micro-kredieten te verstrekken aan de koffie- en theeboeren. Daardoor zijn zij in staat om hun theebladeren en koffiebonen op een milieu-vriendelijkere manier te verbouwen en/of meer geld te verdienen met hun producten omdat ze minder onkosten hebben.

Dus terwijl jij geniet van je Caffe Macchiato, kan een kleine koffieboer in Ethiopië dankzij jou investeren in betere werktuigen, iets meer verdienen en zijn kinderen naar school sturen.

Dat geeft toch een mooi “royal” gevoel; zeker omdat prinses Maxima zich inzet voor micro-kredieten en prinses Laurentien strijd tegen analfabetisme.

20120916-175343.jpg

Ik ben mijn eigen Goede Doel.

Een oud-collega, die nu van zijn pensioen geniet, bezigde de uitdrukking:

Ik verdeel het geld onder de armen. Mijn linker en mijn rechter.

Daarmee wees hij dan op zijn linker- en rechteroksel.

Die uitdrukking en de uitspraak “Ik ben mijn eigen goede doel” duidt er op dat mensen graag controle hebben over de wijze waarop door hen geschonken geld gebruikt wordt.

 

 

 

 

Op internet las ik commentaar naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad waaruit duidelijk bleek dat mensen controle willen hebben.

Een belastingplichtige zat samen met zijn echtgenote en één ander persoon in het bestuur van een stichting. De stichting ontving van hem regelmatig donaties die hij in mindering bracht op zijn belastbaar inkomen.

De belastinginspecteur accepteerde deze aftrek niet en de Hoge Raad heeft uiteindelijk de fiscus gelijk gegeven. Daar had de Hoge Raad een aantal argumenten voor maar uiteindelijk kwamen die er allemaal op neer dat de man de stichting was en andersom.

Dus de (intensieve) grip op de besteding van “zijn” geld, kwam deze belastingplichtige duur te staan.

Ik denk dat ANBI’s hier wel iets van kunnen leren. Particulieren willen best geld geven, maar ze willen graag weten waar het aan wordt uitgegeven. Dus betrek ze daarbij.

Bovendien zijn er particulieren die graag een specifiek doel willen steunen. Biedt ze die ruimte en werp geen hoge drempels op.
(Een voorbeeld kun je nalezen in een column die ik heb geschreven over een schenking aan het Nationaal Muziekinstrumentenfonds)

Meer weten ? Klik hier voor het commentaar op de uitspraak.

 

 

 

Wilt u meer weten over ANBI’s, Goede Doelen ?
Neem dan een abonnement op ANBI-WIJZER.

Moet de periodieke schenking aan een goed doel bij de notaris worden vastgelegd ?

Eerder heb ik op dese site geschreven over periodieke schenkingen aan goede doelen en belastingvoordeel. Die volgen uit de zogeheten Geefwet.

In één van die berichten schreef ik over een onderzoek naar de vraag of aftrekbare periodieke schenkingen aan goede doelen niet buiten de notaris om gedaan kunnen worden.

Nu is bekend geworden dat de overheid misschien toch wil blijven vasthouden aan de eis van een notariële akte. Maar het onderzoek is nog niet afgerond.

Meer weten over deze nieuwe ontwikkeling ?
Kijk op de site van de KNB over de periodieke schenking aan goede doelen.