Repeterende schenking fiscaal niet meer interessant

Medio vorig jaar heb ik een column geschreven over de zogeheten repeterende schenking. Dat stuk sloot ik af met de opmerking dat er vragen gesteld waren aan het Ministerie van Financiën en dat er pas duidelijkheid zou komen als de antwoorden daarop bekend waren.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris te Maastricht Foto: Harry Heuts

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris te Maastricht Foto: Harry Heuts

Antwoorden zijn gegeven
Op 28 mei jl. heeft de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) onder de (kandidaat-)notarissen bekend gemaakt dat het ministerie de vragen beantwoord heeft. De uitkomst kan simpel samen gevat worden: repeterende schenkingen worden fiscaal als één schenking gezien en ook als zodanig belast met schenkingsrecht.

Oftewel: de repeterende schenking is niet meer interessant.

Wat was de repeterende schenking ook al weer ?
Als je wilt schenken, kun je onder andere kiezen voor een schenking op papier. Bij de notaris wordt dan vastgelegd dat de schenker (meestal de ouders) aan de begiftigden (meestal de kinderen) een bedrag schenken (meestal het van schenkingsrecht vrijgestelde bedrag) en direct weer terug lenen. Dit is een oplossing als de ouders wel vermogend zijn maar onvoldoende cash hebben, populair gezegd: het geld zit in de stenen.

Verder lezen ? Klik hier.

Niet opgenomen vakantiedagen vallen wel in de erfenis

Ik schrijf deze column met uitzicht op de balie van Coffee Lovers in het fraaie Centre Ceramique dat, zoals u weet, aan Plein 1992 ligt. Hier zal ik in het najaar nog drie maal een gratis lezing houden over notariële onderwerpen, maar dat is niet de reden dat ik deze column begin met de beschrijving van de locatie.

Ernst Loendersloot, senior kandidaat notaris te Maastricht

Ernst Loendersloot, senior kandidaat notaris te Maastricht

Reden is een uitspraak van het Europees Hof van Justitie. Plein 1992 is namelijk vernoemd naar het in dat jaar in Maastricht getekende verdrag waarin nieuwe regels inzake de Europese Unie en haar organen werden vastgelegd. En één van die organen is dat Hof dat onlangs een voor iedere werknemer en werkgever in Europa zeer belangrijke uitspraak heeft gedaan.

Hof van Justitie Luxemburg: werknemer heeft recht op uitbetaling
Vlak voor de zomervakantie is door het Hof van Justitie van de Europese Unie namelijk duidelijk gemaakt hoe de vork in de steel zit als het gaat om nog niet opgenomen vakantiedagen wanneer een werknemer overlijdt. Heeft deze, of liever gezegd, hebben zijn of haar erfgenamen, recht op uitbetaling van deze vakantiedagen ?

Verder lezen ? Klik hier.

Ondanks mishandeling van zijn echtgenote door de man kreeg hij geld.

In het erfrecht is een bepaling opgenomen dat je onwaardig kunt zijn om te erven. Hierdoor verlies je het recht op een erfenis. Stel dat een kind zijn vader of moeder doodt, dan moet die actie niet beloond worden met een erfenis. Ook iemand die zijn echtgenote vreselijke dingen aandoet, moet daar financieel geen voordeel van hebben. Dat alles is vastgelegd in artikel 3 van Boek 4 van het Burgerlijk wetboek.

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidata notaris te Maastricht. Fotograaf: Truus van Gog

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidata notaris te Maastricht. Fotograaf: Truus van Gog

Je kunt dan wel onwaardig zijn om te erven, maar wil dat ook niet zeggen dat je geen recht hebt op de helft van het gezamenlijk vermogen als je in de wettelijke (algehele) gemeenschap van goederen bent gehuwd ? In een interessante casus die door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is beslist, komt die vraag aan de orde. Maar ook de vraag of de man recht heeft op een deel van de schenking die zijn overleden vrouw van haar moeder had gekregen.

Was de man onwaardig om te erven omdat hij veroordeeld was wegens mishandeling van zijn vrouw en poging tot brandstichting terwijl zij in het huis was ?
De man had zijn vrouw mishandeld en bovendien het huis in brand gestoken terwijl zij zich daar nog in bevond. Hiervoor was hij veroordeeld en normaal gesproken leidt dit tot onwaardigheid om te erven. Hij zou dus geen recht hebben op de erfenis van de vrouw.

Verder lezen ? Klik hier.

Mondelinge geldlening hoeft niet te worden afgelost

Processie met de pastoor ingekort
Als kandidaat-notaris moet je bijblijven met de ontwikkelingen in onze vakgebieden. Meestal heb ik het te druk op kantoor om mijn vakliteratuur bij te houden en daarom kies ik er geregeld voor om die buiten kantoor op een rustige plek te lezen.

Mr. Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotograaf: Bert Beelen

Mr. Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotograaf: Bert Beelen

Zo zat ik onlangs op het terras bij Coffee Lovers op de Glacisweg met een kop thee om jurisprudentie door te lezen. Terwijl ik daar zat kwam de processie van Sint Pieter langs. De route die afgelegd werd door de parochianen van Sint Pieter Beneden was echter korter dan normaal omdat er slecht weer dreigde. Alhoewel de pastoor onder een baldakijn liep, was die dreiging toch reden om snel terug te gaan naar de kerk.

Preken voor eigen parochie: leg het vast
Na dit moment van bezinning, las ik een uitspraak van de Rechtbank Den-Haag en toen kwam de uitdrukking “preken voor eigen parochie”  naar voren.

Ik ben namelijk van mening dat het belangrijk is om zaken vast te leggen zodat er nooit onduidelijkheid kan ontstaan of er afspraken zijn gemaakt. Ik ben er voorstander van om dat dan bij een deskundige jurist te doen, zoals een notaris.

Dat blijkt uit een geval in Den Haag waar een stel ging samenwonen en de koopsom door de man geleend werd van zijn moeder. Alleen hierover werd niets aan het papier toevertrouwd.

Wel had het stel een samenlevingscontract op laten stellen door de notaris en daarin was een verblijvensbeding opgenomen. Zo’n beding houdt simpel gezegd in dat afgesproken wordt dat alles wat het stel samen bezit automatisch naar de langstlevende gaat als één van hen overlijdt.

In dit geval was er bovendien opgenomen dat de langstlevende dan wel alle schulden moest overnemen die waren aangegaan voor de aankoop van de woning en die vastgelegd waren in een onderhandse of notariële akte.

Moeder kan fluiten naar haar geld of verhalen op haar kleinkinderen
Zoals aangegeven hadden moeder en zoon echter niets vastgelegd over de geldlening. Moeder had het geld simpelweg aan de notaris overgeboekt zodat de koopsom en kosten koper betaald konden worden.

De rechtbank was zeer strikt en concludeerde dat de schuld van de zoon aan moeder weliswaar bestond, maar dat die niet door de “schoon”dochter afgelost hoefde te worden. Het verblijvensbeding stelde immers expliciet dat die schuld uit een schriftelijk stuk moest blijken.

Gevolg van dit alles was dat de woning wel volledig eigendom was geworden van de “schoon”dochter op grond van het verblijvensbeding, maar dat de schuld aan moeder niet door haar overgenomen hoefde te worden op grond van de exacte bewoordingen van hetzelfde beding.

Moeder moet nu dus maar de aflossing van de schuld bij de erfgenamen van haar zoon halen. Dat kan betekenen dat oma haar kleinkinderen moet aanspreken.

Voorwaar een zware, bijna oud-testamentische, straf voor moeder vanwege het niet op papier zetten van de afspraken met haar zoon. En met deze overdenking sluit ik dit stuk af.

Print versie: Klik hier.

Hardheidsclausule NHG en tweede hypotheek voor woningverbetering

Een paar jaar terug heeft de tuchtrechter voor het notariaat een uitspraak gedaan die het vestigen van een tweede (of hogere) hypotheek lastiger maakt. Door die uitspraak moet de notaris namelijk eerst toestemming krijgen van de bestaande hypotheekhouder(s), alvorens de nieuwe hypotheekakte getekend kan worden.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris te Maastricht

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris te Maastricht

Dat maakt het werk voor jou en de notaris er niet makkelijker of sneller op. Stel dat er een goede reden is om een tweede hypothecaire lening af te sluiten bij een andere financiële instelling, dan nog moet de toestemming worden gegeven. De eerste hypotheekbank kan weigeren die toestemming te geven. Jij hebt dan al het werk gedaan in verband met de aanvraag voor de tweede hypotheek en moet dan afwachten of die toestemming wordt verstrekt.

Recent is er een uitspraak gepubliceerd door de Rechtbank te Rotterdam, waaruit blijkt dat banken niet zomaar toestemming mogen weigeren. Sterker nog: het bleek dat de medewerkers van de bank niet op de hoogte waren van alle ins en outs van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Graag ga ik in op dit vonnis in de hoop dat jij er in jouw werk voordeel van hebt.

De situatie
Voor de aankoop van zijn woning in een appartementencomplex had de eisende partij een lening afgesloten bij de bank. Daartegenover had de bank een recht van eerste hypotheek gekregen.

De Vereniging van Eigenaren (hierna: VvE) had besloten dat er onderhoud aan het gebouw moest worden verricht en daartoe kon ieder lid geld lenen bij een stimuleringsfonds. De rente op die lening was uitermate laag en de gemeente stond borg voor eventuele wanbetaling. Ik vermoed dat het gebouw in de zogeheten wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog was verrezen en in een zogeheten Vogelaarwijk lag. De overheid stimuleert dat er meer koopwoningen komen in dit soort gebieden en draagt vaak een steentje bij aan het verbeteren van de leefbaarheid daar door middel van het verstrekken van leningen om achterstallig groot onderhoud weg te werken.

De notaris die het tweede hypotheekrecht ten gunste van het stimuleringsfonds moest vestigen, vroeg hiervoor toestemming aan de bank. De bank weigerde deze toestemming te geven, omdat de lening voor de aankoop met NHG was verstrekt. Op grond van de NHG-voorwaarden stelde de bank vast dat ook de tweede lening bij de bank afgesloten moest worden. Nu dat niet het geval zou zijn, werd de toestemming niet gegeven.

Oordeel rechtbank
De kortgeding rechter in Rotterdam was van mening dat de bank een zorgplicht had en onderzoek had moeten doen naar de gehele situatie. Alleen verwijzen naar de regels van de NHG was onvoldoende.

Vervolgens ging de rechter zo ver dat een overzicht gegeven werd van de relevante criteria die de bank had moeten hanteren als wel een volledig onderzoek was gedaan. De bank had moeten kijken naar het feit dat de VvE een renovatie noodzakelijk vond, het feit dat de maandlasten nauwelijks hoger zouden worden nu het stimuleringsfonds een lage rente hanteerde en het gegeven dat de gemeente garant stond voor de nakoming van de verplichtingen.

Daarnaast wees de rechter de bank fijntjes op de hardheidsclausule van de NHG. De betreffende bankmedewerker had de eigenaar niet gewezen op de mogelijkheid om de Stichting Waarborg Fonds Eigen Woningen (hierna ook: NHG) te vragen of in dit specifieke geval afgeweken mocht worden van de standaardbepaling dat nieuwe leningen alleen bij de eerste hypotheekhouder aangegaan mochten worden.

Dat alles in ogenschouw nemend, was de rechter van mening dat de bank haar zorgplicht ten opzichte van haar cliënt niet goed was nagekomen. De rechter veroordeelde de bank dan ook tot het betalen van een schadevergoeding aan de eiser.

Mijn advies
Ik geef toe dat als je objectief kijkt naar de casus, de kans klein is dat je ooit zo’n zaak te behandelen krijgt. De renovatielening hield feitelijk voor de bank en NHG geen risico in. De rente die aan het stimuleringsfonds betaald moest worden was laag en de gemeente stond bovendien garant.

Maar misschien kom je toch wel eens een zaak tegen waarbij je denkt dat het merkwaardig is als de bank geen toestemming geeft (al dan niet met verwijzing naar de regels van NHG). Bijvoorbeeld als ouders een laag-rentende lening willen verstrekken aan hun kind.

In zo’n situatie kun je nu verwijzen naar de uitspraak uit Rotterdam. Daaruit blijkt dat banken duidelijk hun weigering moeten onderbouwen. De zorgplicht van banken is in dit kort geding volgens mij opgerekt.

Print versie

Kom niet op de koffie en betaal je eten zelf

Politici en bestuurders van grotere (non-profit) organisatie weten dat ze moeten opletten met hun declaraties. Een verkeerd opgevoerd bonnetje kan je veel last bezorgen en soms zelfs het einde betekenen van je carrière.

Ernst Loendersloot, senior kandidaat notaris te Maastricht

Ernst Loendersloot, senior kandidaat notaris te Maastricht

Maar ook erfgenamen moeten opletten wat ze zelf betalen en wat ze op rekening van de erfenis kunnen besteden. Dat bleek uit een recente uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De consequentie was hier niet dat de erfgenamen hun goede naam en faam kwijt raakten, maar wel dat ze hun spaargeld moesten aanspreken.

Verder lezen ? Klik hier.

Ontwikkelingen in de erfrechtelijke positie van de langstlevende

Het thema van deze uitgave van Jurist in Bedrijf (JIB) is Ontwikkeling. Dat begrip mag ik van de redactie gelukkig ruim uitleggen. Daardoor kan ik het als alumnus van de UM inpassen in mijn dagelijkse werkzaamheden als kandidaat-notaris.

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotografie door Truus van Gog.

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotografie door Truus van Gog.

Ik wil u daarom een korte schets geven van de wijze waarop de positie van langstlevende in het erfrecht geregeld was en nu is. Daarbij pretendeer ik niet een alles omvattend overzicht te geven.

Begin 20e eeuw: langstlevende telt niet mee
Begin van de vorige eeuw was de positie van de echtgeno(o)t(e) bij het overlijden van de andere partner simpel samen te vatten als slecht. De langstlevende was op grond van de wet geen erfgenaam en deelde dus niet mee in de erfenis.

Het vermogen dat (wellicht mede door de inspanningen van de langstlevende) was opgebouwd door de overledene ging over op diens afstammelingen. Bij gebreke van (klein)kinderen, vererfde het vermogen naar de ouders (of andere familieleden) van de overledene.

De leidende gedachte hierbij was de bloedband. Die werd door de wetgever beter beschermd dan de band tussen man en vrouw. De langstlevende had weinig tot geen wettelijke rechten. Pas in 1923 kreeg de echtgeno(o)t(e) een wettelijk recht op een erfdeel.

Langstlevende erft mee, maar kinderen kunnen hun erfdeel opeisen
Jaren ’60 van de 20e eeuw: langstlevende testamenten komen op
In de jaren ’60 van de vorige eeuw bood de wet in artikel 1167 van Boek 4 Burgerlijk wetboek (BW) de mogelijkheid om de langstlevende te beschermen tegen de claims van de (klein)kinderen. Het geheel ontnemen van een kindsdeel was feitelijk niet mogelijk, omdat afstammelingen recht hadden op hun legitieme in goederen. Ongeacht wat de overledene wenste te regelen, voorkomen dat de kinderen aan tafel zaten om te beslissen over de verdeling van de inboedel en andere zaken was niet mogelijk.

Wel bleek dat de langstlevende beschermd kon worden door in een zogeheten langstlevende testament een (ouderlijke) boedelverdeling op te nemen. De testateur bepaalde simpelweg dat de kinderen hun erfenis niet in goederen zouden krijgen, maar in de vorm van een claim op de langstlevende. Deze claim was in geld en de testateur bepaalde dat deze alleen uitbetaald hoefde te worden door de langstlevende in specifieke situaties, zoals overlijden, faillissement of hertrouwen van de langstlevende.

Toch was dit niet een waterdichte oplossing, aangezien deze gestoeld was op de gedachte dat echtgenoten elkaar het nodige dienden te verschaffen, ook na hun overlijden. Was de erfenis omvangrijk genoeg, of was het weduwe-pensioen hoog genoeg, dan konden de (klein)kinderen toch uitbetaling van hun erfenis eisen.

 Legitieme portie ouders vervalt. Uitkomst voor samenwoners zonder kinderen
Dankzij de langstlevende testamenten, konden echtgenoten dus voorkomen dat de kinderen de langstlevende “konden uitkleden”.

Maar voor samenwonende en kinderloze koppels was het desondanks niet mogelijk om de erfenis geheel ten goede te laten komen aan de langstlevende. Dit, omdat de ouders van de overleden partner recht hadden op de (ouderlijke) legitieme portie. Ongeacht wat de overledene zelf geregeld had in een testament, konden zijn of haar ouders die regeling doorkruisen met een beroep op hun legitieme portie.

Je kon stellen dat wederom de bloedband voorrang diende te hebben op de positie van de langstlevende. Pas per 1 januari 1996 is de regeling van de legitieme portie van de ouders vervallen.

Wettelijke verdeling, Monica Lewinsky-clausule en legitieme portie kinderen in geld worden ingevoerd
In 2003 is, na een heel lang wetgevingsproces, een gewijzigd Boek 4 van het Burgerlijk wetboek ingevoerd. Dit zogeheten nieuwe erfrecht is een voorlopig eindpunt in de ontwikkeling van de erfrechtelijke positie van de langstlevende.

Allereerst werd de verdeling van de erfenis in de wet verankerd. Die nieuwe regeling is gebaseerd op de voor die tijd populaire ouderlijke boedelverdelingen in testamenten. Is men getrouwd en heeft men kinderen, dan zorgt de wettelijke regeling er voor dat afstammelingen hun kindsdeel pas kunnen opeisen nadat de langstlevende overleden is of failliet is verklaard. Echtgenoten hoeven dus geen maatregelen te nemen om de erfenis aan de langstlevende te doen toekomen.

Gaat het om samenwoners met kinderen (al dan niet uit een eerdere relatie) dan zijn wel extra handelingen vereist. In het notariaat gebruikt men dan de term Monica Lewinsky-clausule omdat het gaat om een andere partner dan een echtgeno(o)t(e). Wenst men deze te beschermen tegen de kinderen, dan moet er een samenlevingscontract zijn en moet in een testament een quasi-wettelijke verdeling zijn opgenomen. Daarmee is geregeld dat de erfenis eerst naar de partner toe gaat.

Ook is vastgelegd dat een beroep op de legitieme portie door een kind niet er toe leidt dat het kind “aan tafel komt te zitten”. De legitieme portie wordt namelijk omgezet in een vordering puur in geld. Daarnaast kan nog geregeld worden dat de afstammelingen deze vordering pas uitbetaald krijgen nadat de langstlevende (echtgenoot of samenwonende partner) eveneens overleden is.

Van bescherming van het familiekapitaal ten nadele van de weduwe naar bescherming van de langstlevende (samenwonende) partner. Een lange weg, maar nog niet helemaal afgerond
Zoals aangegeven was de weduwe of weduwnaar begin vorige eeuw geen erfgenaam bij overlijden. De erfenis (ook wel te zien als het familiekapitaal) moest terecht komen bij de afstammelingen. Bij ontbreken van afstammelingen werd de bloedband belangrijker gevonden dan de langstlevende, dit blijkt uit het feit dat de familie van de overledene dan erfgenaam was.

Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw is langzaam maar zeker de positie van de langstlevende versterkt. Niet alleen doordat deze ook wettelijk erfgenaam werd, maar ook omdat in een testament de zogeheten ouderlijke boedelverdeling opgenomen kon worden. De afstammelingen konden hun erfdeel pas opeisen in de situaties die hun ouder in het testament had bepaald. Hierdoor was de langstlevende beschermd tegen de (stief)kinderen.

Dit geluk was samenwoners echter niet gegeven. Sterker nog: samenwoners zonder kinderen moesten rekening houden met de legitieme portie van de ouders van de overledene. Deze konden uitbetaling eisen van de langstlevende.

Begin 21e eeuw is in de wet geregeld dat echtgenoten (of geregistreerd partners) geen testament meer op hoeven te stellen om de langstlevende te beschermen tegen op geld beluste (klein)kinderen. Dat is geregeld in de zogeheten wettelijke verdeling.

Samenwoners daarentegen moeten wel nog maatregelen nemen. Zonder amenlevingscontract en testament hebben de (klein)kinderen wel direct recht op uitbetaling van hun erfdeel.

De ontwikkeling van het erfrecht in de achter ons liggende eeuw, is er dus een van bloedband naar relatie-band. Voorheen moest het kapitaal binnen de familie blijven. Het was niet van jou, maar je hield het voor de volgende generatie (van de familie). Nu zijn we ver op weg naar het gegeven dat het jouw eigen vermogen is waar je (bijna alles) mee mag doen en laten wat jij wil. Alleen dient daarvoor wel nog de legitieme portie van een (klein)kind geheel te worden afgeschaft.

Printversie

Kom niet op de koffie en betaal de koffietafel zelf

Dit keer wil ik u waarschuwen voor de koffietafel na een uitvaart. Als erfgenamen de organisatie en betaling van de kosten daarvan verkeerd aanpakken, dan kunnen ze een hele forse rekening gepresenteerd krijgen. Ze kunnen aansprakelijk worden voor alle schulden van de overledene.

Mr. Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotograaf: Bert Beelen

Mr. Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotograaf: Bert Beelen

Dat bleek uit een recente uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De consequentie was namelijk dat de erfgenamen hun spaargeld moesten aanspreken.

De casus
Versimpeld kan de situatie als volgt worden beschreven:
op de avond van het overlijden zijn de beide erfgenamen in een restaurant gaan eten met hun wederzijdse partners. Op de eindafrekening stond een bedrag van € 119,-, wat voor vier personen niet veel is.

De erfgenamen hebben vervolgens de nalatenschap beneficiair aanvaard via de Rechtbank omdat ze bang waren dat er meer schulden dan bezittingen zouden zijn. Door tijdig beneficiair te aanvaarden, voorkom je dat je als erfgenaam zelf aansprakelijk wordt voor de volledige afbetaling van de schuldeisers.

Verder lezen ? Klik hier

Overlijden en echtscheiding kruisen zich. Ex-echtgenote is toch erfgename.

Ik heb al eens aandacht besteed aan de gevolgen van het nieuwe huwelijksvermogensrecht. Met name het moment waarop de huwelijksgoederengemeenschap ontbonden is, heb ik daarbij onder de aandacht gebracht. Sinds de wetswijziging is dat namelijk al op het moment dat het verzoek tot echtscheiding is ingediend bij de rechtbank en niet meer pas op het moment dat de rechterlijke echtscheidingsbeschikking is verwerkt door de ambtenaar van de Burgerlijke stand.

Mr. Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotograaf: Bert Beelen

Mr. Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotograaf: Bert Beelen

In één van mijn columns heb ik toen aangegeven dat de echtgenoten formeel nog getrouwd zijn tot dat laatste moment en dus ook van elkaar erven. Daarom adviseer ik mensen die “in scheiding liggen” altijd om ook hun testament aan te passen. Doe je dit niet, dan kun je voor hele vreemde verrassingen komen te staan. Stel dat één van hen in de tussentijd overlijdt dan erft de (toekomstige ex-)partner omdat hij of zij formeel de langstlevende is.

Graag zou ik een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland onder uw aandacht brengen.

Echtscheidingsverzoek nog niet ingediend: is de vrouw erfgenaam ?
In deze procedure was er discussie over wie erfgenaam was van een overleden man.

Verder lezen ? Klik hier.

Integratieheffing afgeschaft: kantoorpand ombouwen naar studio’s nu goedkoper te realiseren.

Deze column is eigenlijk vooral interessant voor ondernemers die een ouder kantoorpand bezitten in of vlakbij het centrum van een stad. Ik hoop echter dat ook andere lezers het onderwerp interessant genoeg vinden om verder te lezen.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris te Maastricht Foto: Harry Heuts

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris te Maastricht Foto: Harry Heuts

Vaak zijn dit soort kantoorpanden gedateerd en voldoen ze niet meer aan de eisen die gesteld worden aan kantoren, zoals goede bereikbaarheid en ruime parkeervoorzieningen of een geïntegreerd klimaat-systeem. Dat betekent dat deze panden ook lastiger te verhuren zijn.

Nu de woningmarkt aantrekt, is een alternatief om zo’n kantoor om te bouwen en daar één of meer woningen of studio’s van te maken. Dan moet er natuurlijk gerekend worden of de kosten van verbouwing opwegen tegen de verwachte opbrengsten. Sinds begin dit jaar hebben ondernemers die al zo’n pand bezitten fiscaal een voorsprong op ontwikkelaars die het pand aankopen na de verbouwing.

Dit komt door de afschaffing van de integratieheffing voor de BTW.

Integratieheffing: wat was het ?
Simpel voorbeeld: een aannemer bezat grond en bouwde daarop een zakenpand. De koper betaalde dan BTW over zowel de aanneemsom als de koopsom van de grond.

Verder lezen ? Klik hier.