In iedere getrouwde man schuilt een pantoffelheld. Oftewel: wie heeft de broek aan thuis ?

In iedere getrouwde man schuilt een pantoffelheld.
oftewel: Wie heeft de broek aan thuis ?

Voordat ik in ga op de bovenstaande vraag, heeft de redactie mij gevraagd u kort mijn professionele achtergrond te schetsen. Graag voldoe ik aan dat verzoek.

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotografie door Truus van Gog.

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotografie door Truus van Gog.

In 1988 ben ik aan mijn studie Nederlands recht in Maastricht begonnen die ik in 1992 met goed gevolg heb afgerond. Na een één-jarige post-doctorale studie Europees en Internationaal recht aan de UM, heb ik vervolgens in twee jaar tijd aan de Universiteit van Amsterdam de studie Notarieel recht met succes afgesloten. Daarna ben ik als kandidaat-notaris in Midden-Limburg gaan werken. Ik ben nog steeds als zodanig werkzaam, maar nu in Maastricht. Tijdens mijn eerste drie jaren als kandidaat-notaris heb ik ook nog de (verplichte) beroepsopleiding gevolgd.

Naast mijn werk, schrijf ik geregeld columns over notarieel-juridische onderwerpen voor onder meer OverGeld van de Telegraaf, een vakblad voor hypotheekadviseurs van Kluwer, De Scherpe Pen (site voor makelaars) en publiceer ik die ook allemaal op mijn eigen site, ntrs.nl. Voor meer informatie verwijs ik u graag naar mijn LinkedIn profiel.

Artikel 1:88 Burgerlijk wetboek (BW).
Wie heeft het voor het zeggen in een relatie ?
Tijdens mijn laatste, mondelinge, examen voor de beroepsopleiding Notariaat werd uitgebreid stilgestaan bij artikel 88 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek (hierna ook: art. 1:88 BW). Toen de redactie aangaf dat het thema van dit nummer macht was, moest ik onmiddellijk aan dit wetsartikel terugdenken.

Door art. 1:88 BW worden de machtsverhoudingen binnen een huwelijk of een geregistreerd partnerschap (GP), gelijk getrokken worden. Bepaalde (rechts)handelingen kan de ene partner namelijk niet verrichten zonder medewerking van de ander. Die dient namelijk toestemming te geven voor de in dat artikel omschreven verrichtingen. Ontbreekt deze toestemming, dan is de rechtshandeling nietig of vernietigbaar. De partner die een overeenkomst wil aangaan, lijkt misschien de machtigste partij in de relatie, maar heeft juridisch gezien het heft toch niet in handen.

Een paar korte voorbeelden
Art. 1:88 BW heeft op vele rechtsgebieden invloed.

Bijvoorbeeld in het personen en familierecht. Als de ene partner een boven-matige schenking wil doen, moet de ander dit goedkeuren. Zelfs als de schenking gedaan wordt uit vermogen dat niet van die andere partner is. Zie hiervoor sub b lid 1 van art. 1:88 BW.

Maar ook op het terrein van rechtspersonenrecht speelt art. 1:88 BW een rol. Bijvoorbeeld als de ene echtgenoot zijn of haar onderneming dan wel de aandelen daarin wil overdragen. Normaal is dat geen probleem, maar als er bijvoorbeeld vergaande balansgaranties gegeven worden, kan art. 1:88 lid 1 sub c BW een rol spelen.

Tijdens mijn examen werd echter de nadruk gelegd op hetgeen onder sub a in lid 1 van art. 1:88 BW is geregeld. Dit betreft de registergoederenpraktijk. Ik zal hierna een fictieve situatie schetsen.

Uitgebreider voorbeeld (dat anders uitpakt dan u misschien denkt)
Een man heeft geld gekregen via een schenking. De schenker heeft daarbij bepaald dat het geschonken bedrag niet gedeeld hoeft te worden met de partner bij echtscheiding, de zogeheten uitsluitings- of anti-schoondochter-clausule.

De man koopt met zijn geld een vakantiewoning in Zeeland en laat deze volledig op zijn naam registreren bij het Kadaster. Hij en zijn echtgenote reizen iedere vrijdagmiddag na het werk naar Zeeland en komen maandagochtend terug voor hun baan in Maastricht. In Maastricht wonen zij door de week in een kleine huurwoning.

Na zeven jaar wil de man de woning in Zeeland verkopen. De notaris die de eigendomsoverdracht begeleidt is van mening dat de man dit alleen kan doen als zijn echtgenote hiervoor toestemming verleent, als bedoeld in art. 1:88 lid 1 sub a BW. De echtgenote moet namelijk toestemming geven voor “overeenkomsten strekkende tot vervreemding van een door de echtgenoten tezamen bewoonde woning”. Die laatste wordt ook wel met “de echtelijke woning” aangeduid.

Dat is niet geheel correct omdat het gaat om iedere woning waar een echtpaar (geregeld) verblijft. Dat kan ook een vakantiewoning zijn waar men vaak verblijft, zoals in dit (fictieve) geval.

Conclusie: de man heeft niet de broek aan en is een pantoffelheld
Alhoewel de woning volledig eigendom is van de man en hij die ook helemaal met eigen geld (uit de schenking met de privé-clausule) betaald heeft, kan hij de woning niet rechtsgeldig verkopen en leveren zonder toestemming van zijn echtgenote.

Het lijkt dus alsof hij het voor het zeggen heeft, maar in de praktijk heeft zijn echtgenote een veto-recht. Niet hij, maar zij blijkt de machtigste partij te zijn in hun relatie.

Mocht u op de hoogte willen blijven van dit soort notarieel-juridische zaken, dan kunt u zich op mijn site (ntrs.nl) eenvoudig abonneren op mijn nieuwsbrief.

Printversie

Deze column is geschreven voor een magazine van Jurist in Bedrijf, namelijk Jurist in Bedrijf, hét faculteitsblad van de rechtenfaculteit van de Universiteit van Maastricht.
Dit blad wordt verstrekt onder de studenten van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Hiermee houdt Jurist in Bedrijf de rechtenstudent op de hoogte over alles wat speelt in de juridische wereld vandaag de dag en wordt inzage gegeven in de sfeer bij diverse nationale en internationale topkantoren.

Reacties zijn gesloten.