Interview op BNR Nieuwsradio

In de uitzending van BNR Nieuwsradio / Vermogen met Rene de Monchy ben ik ook kort aan het woord gekomen.

Mocht je dit willen horen (start na 17 minuten 40 seconden), klik hier.

ABWZ en verwerpen erfenis om een hogere eigen bijdrage te voorkomen. Deel 3.

In mijn vorige column heb ik een uitspraak behandeld waarin de rechter de bewindvoerder toestemming gaf om een erfenis te verwerpen namens een patiënt die opgenomen was in een verzorgingshuis of verpleegkliniek. Hierdoor werd het vermogen niet groter en zou de eigen bijdrage ook niet stijgen.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris te Maastricht

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris te Maastricht

In een vrijwel vergelijkbare zaak (RB Gelderland 12-02-2014 BM 28084, nog niet gepubliceerd) weigert de rechter de toestemming te geven om de erfenis van de echtgenoot van de patiënt te verwerpen. Ook hier was sprake van een langstlevende testament, maar er was geen algehele volmacht. En ook hier had de langstlevende een fors bedrag aan eigen vermogen. De patiënt had zelfs zo veel vermogen dat alleen op basis daarvan al de maximale eigen bijdrage betaald moest worden.

Op grond van de redenatie van de rechter in de zaak die ik in mijn vorige column heb besproken, zou je dan denken dat er geen reden is voor de rechter om bang te zijn dat de verzorging van de langstlevende in het gedrang komt als het vermogen niet groter wordt.

De rechter in Gelderland ziet het echter anders: op termijn kan het zo zijn dat het huidige (eigen) vermogen door intering daarop (vanwege de nu al te betalen maximale bijdrage voor de AWBZ) zo ver daalt dat het CAK dan een lagere eigen bijdrage vaststelt. Zou de rechter nu toestemming geven om de erfenis van de echtgenoot te verwerpen, dan wordt daarmee straks het CAK benadeeld en werkt de rechter mee aan het omzeilen van de regelingen uit de AWBZ. Door de verwerping zou namelijk het eigen vermogen sneller gedaald zijn onder het niveau waar de maximale eigen bijdrage voor de AWBZ voor geldt.

Het effect van deze uitspraak is natuurlijk wel dat de kinderen een grote kans lopen dat er weinig geld over is als de langstlevende sterft. Hoe langer de langstlevende in de verpleegkliniek of het verzorgingshuis zit, hoe langer de maximale eigen bijdrage betaalt moet worden. Maar dus ook: hoe langer er ingeteerd wordt op het totale vermogen.

Verschil tussen beide zaken en een aandachtspunt in het testament
Zoals ik het lees zit er een belangrijk verschil tussen beide zaken. In Zeeland/West-Brabant hadden de echtgenoten niet alleen een langstlevende testament, maar ook een algehele volmacht bij de notaris opgesteld. In Gelderland was dit laatste niet het geval.

Naast andere redenen om een algehele volmacht op te maken, is dit dus een extra argument daarvoor.

Daarnaast is het zo dat in het testament in de Gelderse zaak een clausule stond die, met de kennis van vandaag, beter kan. Er stond namelijk dat de langstlevende (de patiënt dus) de erfdelen aan de kinderen moest uitbetalen als zij onder curatele zou worden gesteld. De rechter had een eerder verzoek daartoe echter afgewezen en in plaats daarvan het vermogen van de langstlevende onder bewind gesteld.

Mijn advies
Ik zou u willen adviseren om eens naar uw notaris te gaan. Neem dan ook uw huidige testament mee zodat hiernaar gekeken kan worden.

Als u met uw notaris aan tafel zit, laat u dan uitleggen welke andere redenen er nog zijn om een algehele volmacht op te stellen. En laat de bewoordingen van uw testament checken.

Mocht u helaas in de situatie verkeren dat uw echtgeno(o)t(e) al is opgenomen in een verzorgingshuis of verpleegkliniek, dan raad ik u zeker een bezoek aan uw notaris aan. Een algehele volmacht is dan sterk te overwegen, maar ook aanpassing van uw testament. U kunt uw partner bijvoorbeeld uitsluiten als erfgenaam.

Dit alles om te voorkomen dat de erfenis bij de langstlevende terechtkomt en via de hoge eigen bijdrage naar het CAK vloeit in plaats van naar de kinderen. U mag wel maatregelen nemen om de AWBZ te omzeilen, maar rechters mogen dat niet en geven (nauwelijks) toestemming daarvoor.

Printversie

Klik hier voor een overzicht van (bijna) alle artikelen over dit onderwerp.

Algemene informatie over de AWBZ

De Consumentenbond heeft een leerzaam boekje geschreven met als titel
Mijn Vermogen en de AWBZ 

U kunt dat vinden via door hier te klikken. 

AWBZ en verwerpen erfenis om een hogere eigen bijdrage te voorkomen. Deel 2.

Klik hier voor Deel 1

Dit is een tweede column over recente ontwikkelingen inzake de berekening van de hoge eigen bijdrage voor de AWBZ.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris Foto: Harry Heuts

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris Foto: Harry Heuts

In mijn vorige column heb ik aangegeven dat de methode om een hoge eigen bijdrage te voorkomen of te verlagen simpel is. Zorg dat er vermogen van Box 3 naar een andere Box gaat. Maar dat blijkt niet zo eenvoudig te zijn. Om vermogen in Box 1 te krijgen, moet de patiënt een eigen woning kopen en daar gaan wonen. Terwijl voor Box 2 er eigenlijk een bestaande onderneming moet zijn. Het oprichten van een BV alleen om aan Box-hoppen te doen, wordt niet goedgekeurd door de rechterlijke macht.

Het ging in die column dus om het verplaatsen van vermogen dat de patiënt al bezit van Box 3 naar een andere box. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat de patiënt meer vermogen krijgt (in Box 3) en daardoor een hogere eigen bijdrage zal moeten gaan betalen. Om dat laatste te vermijden is het dan beter als er geen vermogen bij komt. Daarover gaan deze en de volgende column.

Situatie twee:
Verwerp de erfenis waar de patiënt recht op heeft

In Zeeland of West-Brabant speelde zo’n zaak. Nadat een man was opgenomen, overleed zijn echtgenote. Op grond van het langstlevende testament was de man erfgenaam en zou hij de erfenis van zijn echtgenote erven. Dat vermogen zou in Box 3 moeten worden opgenomen in de aangifte voor de inkomstenbelasting, waardoor de eigen bijdrage voor de AWBZ zou stijgen.

De bewindvoerder vroeg daarom aan de rechter of de erfenis van de overleden echtgenote verworpen mocht worden. De patiënt zou dan geen erfgenaam zijn, geen vermogen erbij krijgen en dus ook geen hoge(re) bijdrage hoeven te betalen.

De rechter geeft toestemming en wijst nadrukkelijk op het feit dat een verzoek dat leidt tot verkleining van het vermogen per definitie afgewezen zou worden. Maar dit verzoek zorgt er voor dat het vermogen niet vergroot wordt. Dus wordt het in behandeling genomen en kan de rechter beargumenteren waarom er gronden zijn om het niet-vergroten van het vermogen toe te staan.

Deels is dat omdat de patiënt al een fors eigen vermogen heeft en op zijn 85e minder behoefte heeft aan het achter de hand houden van een appeltje voor de dorst. Maar wat ik als jurist belangrijker vind, is dat de rechter wijst op de bij de notaris opgestelde documenten. Dat zijn namelijk het langstlevende testament en de algehele volmacht. In die volmacht is aan de gemachtigden het recht gegeven om eventueel erfenissen te verwerpen.

De rechter is op grond van deze documenten in samenhang bezien, van mening dat het de wil van de patiënt was (toen hij zijn wil nog goed kon uiten) dat de langstlevende goed verzorgd achter moest blijven, maar dat het niet de bedoeling was dat er (te) veel betaald moest worden aan een zorginstelling voor verzorging van de langstlevende.

In een volgende column zal ik een andere uitspraak behandelen, waarin de toestemming om de erfenis te verwerpen niet werd gegeven. Ook zal ik dan aangeven waarin het verschil tussen beide uitspraken zit en wat u eventueel kunt doen om te voorkomen dat er rechtszaken nodig zijn.

Klik hier voor Deel 3

Klik hier voor een overzicht van (bijna) alle artikelen over dit onderwerp.

AWBZ en oprichten BV om verhoogde eigen bijdrage te voorkomen. Deel 1.

In een recente lezing in het Centre Ceramique in Maastricht onder de titel Waarvan Akte, heb ik gesproken over de AWBZ. Door de manier waarop het Centraal Centraal Administratie Kantoor (CAK) de (verhoogde) eigen bijdrage berekend, is het mogelijk dat na opname in een verzorgingshuis of verpleegkliniek, op het vermogen ingeteerd moet worden. Daarom stond in de onder-titel van de lezing ook vermeld dat ik zou spreken over mogelijkheden om het opeten van het eigen huis te voorkomen.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris te Maastricht

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris te Maastricht

Voor een uitgebreider verslag van die lezing, verwijs ik naar de notitie die ik geschreven heb. In de volgende twee columns zal ik ingaan op recente rechterlijke uitspraken waaruit blijkt dat sommige theoretische oplossingen worden afgewezen door rechters.

Situatie één:
Verschuif vermogen van Box 3 naar Box 2 door een BV op te richten
Het CAK kijkt voor het bepalen van de hoogte van de eigen bijdrage naar het vermogen zoals dat in de aangifte inkomstenbelasting in Box 3 is vermeld. Dat betekent dus dat het verlagen van dit (fiscale) vermogen de manier is om de maandelijkse bijdrage omlaag te krijgen.

Eén methode om te zorgen voor een lager vermogen in Box 3 zonder het geld daadwerkelijk kwijt te zijn, is om aan Box-hoppen te doen. Zorg dat het vermogen uit Box 3 in Box 1 of Box 2 terecht komt.

Praktisch gesproken is een verschuiving naar Box 1 niet haalbaar omdat het betekent dat er op naam van de patiënt een woning moet worden gekocht en dat de patiënt ook daadwerkelijk daar moet gaan wonen. Maar de patiënt is niet voor niks opgenomen in het verzorgingshuis of verpleegkliniek.

Dan rest alleen nog Box 2; maak van “spaargeld” ondernemingsvermogen. Ook hier is een praktisch probleem: de patiënt zal natuurlijk niet een onderneming drijven omdat het voor hem of haar niet mogelijk is om bijvoorbeeld een winkel uit te baten. Maar in Box 2 zit ook vermogen dat ingebracht is in een onderneming, waarbij een bedrijfsleider de feitelijke onderneming runt. Denk aan een vennootschap onder (VOF) of een besloten vennootschap (B.V.).

Over de VOF heb ik al eens geschreven omdat er in een uitzonderlijke situatie wel aan Box-hoppen gedaan kon worden. Deze keer echter vestig ik graag de aandacht op een zaak die bij de Rechtbank Oost-Brabant speelde.

De bewindvoerder die over het vermogen van de patiënt was aangesteld, verzocht de rechter om toestemming te geven een BV op te richten voor en namens de patiënt. Daartoe moest € 170.000,- van de spaarrekening overgeboekt worden naar de BV als bedrijfskapitaal. Oftewel; dat bedrag zou uit Box 3 naar Box 2 worden overgeheveld.

De rechter geeft hiervoor geen toestemming omdat er geen reële achtergrond is. De patiënt had geen onderneming bij de opname, terwijl de echte reden (volgens de rechter) is om de verhoogde eigen bijdrage voor de AWBZ te omzeilen. En een rechter mag niet meewerken aan het ontduiken van rechtsregels.

De bewindvoerder kreeg dus van de rechtbank geen toestemming om aan Box-hoppen te doen. Het CAK kan dus bij deze patiënt de eigen bijdrage blijven berekenen over (minimaal) € 170.000,-.

Klik hier voor Deel 2

Klik hier voor een overzicht van (bijna) alle artikelen over dit onderwerp.

Kom je ook naar de lezing over Huis op naam Kinderen zetten ?

Op dinsdag 20 mei a.s. zal ik om 19.00 uur in het Centre Ceramique de tweede lezing houden  in het kader van Waarvan Akte.

Onderwerp is dit keer
Huis op naam van de kinderen zetten: Doen of niet doen ?

Voor meer informatie kun je kijken op de site van de bibliotheek Maastricht.

Toegang is gratis.

AWBZ, Algemene introductie, Opeten eigen huis en mogelijke oplossingen

De AWBZ houdt de gemoederen bezig. Dit komt met name door de verhoogde eigen bijdrage die een patiënt moet betalen na opname in een verzorgingshuis of een verpleegkliniek. Die bedraagt € 2.100,- (afgerond) per maand. Als het inkomen lager is dan dit bedrag, wordt door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) beoordeeld of de overheid een deel van deze bijdrage voor haar rekening neemt. In die beoordeling wordt echter het rendement op het vermogen van de patiënt meegenomen, waarbij uitgegaan wordt van een fictief rendement van 12%.

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidata notaris te Maastricht. Fotograaf: Truus van Gog

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotograaf: Truus van Gog

Aangezien de meeste mensen dit rendement niet halen op hun spaarrekening, betekent dit simpelweg dat er ingeteerd moet worden op het vermogen na opname in een verzorgingshuis of verpleegkliniek.

In de lezing die ik onder de titel WAARVAN AKTE op 15 april 2014 heb gehouden in het Centre Ceramique (bibliotheek in Maastricht) heb ik aandacht besteed aan de AWBZ en de verhoogde eigen bijdrage en de (on)mogelijkheden om het interen op het vermogen te voorkomen. Hierna treft u een aantal punten uit de lezing aan.

Kort overzicht Boxen-stelsel Inkomstenbelasting
Omdat het CAK uitgaat van het vermogen in Box 3 moet ik eerst een kort overzicht geven van het Boxen-stelsel zoals dat voor de Inkomstenbelasting geldt. Dan begrijpt u straks ook waarom gedacht wordt dat box-hopping een optie is.

In Box 1 wordt het inkomen uit (voormalige) arbeid belast. Dat betreft simpel gezegd het salaris of het pensioen. Om aftrek van hypotheekrente (formeel: rente over de Eigen Woning Schuld) mogelijk te maken, is het woonhuis ook in Box 1 “geplaatst” door de wetgever. Maar dan moet het wel om de Eigen Woning gaan, oftewel de woning waar men woont.

In Box 2 worden de voordelen uit de eigen BV belast. Dit is onder meer dividend dat de BV aan haar aandeelhouder(s) uitbetaalt. Hierin worden ook de inkomsten uit de eigen onderneming belast als die niet in de vorm van een BV wordt gedreven, maar bijvoorbeeld in de vorm van een VOF.

Als laatste bestaat er nog Box 3. Daarin wordt, eenvoudig gezegd, het spaargeld belast. Er wordt van uit gegaan dat u 4% rendement haalt op uw vermogen en dan bent u daar 30% inkomstenbelasting over verschuldigd, oftewel 1,2% van het vermogen. Gelukkig wordt niet al het vermogen belast, maar slechts het bedrag boven € 20.000,- (afgerond) dat iedere individuele belastingplichtige bezit.

Let wel op dat volgens de Wet op de inkomstenbelasting in Box 3 meer valt dan alleen spaargeld. Ook een tweede woning valt hieronder.

Eigen bijdrage AWBZ: berekeningswijze
Allereerst moet u weten dat gedurende de eerste zes maanden na opname een lage eigen bijdrage is verschuldigd. Pas als een patiënt langer opgenomen is, komt de eerder geschetste berekeningswijze aan de orde.

De patiënt moet € 2.200,- per maand betalen voor de zorg. Als het inkomen (salaris, pensioen, AOW) gelijk is aan dit bedrag of hoger, dan is er niets aan de hand. De bijdrage kan immers volledig betaald worden.

De meeste mensen hebben echter niet zo’n hoog inkomen en dan zal het CAK bekijken hoe het verschil verhaald kan worden. Daarvoor kijkt het CAK naar het vermogen in Box 3, zoals bijvoorbeeld het spaargeld. Bezit de patiënt meer dan het vrijgestelde bedrag (van afgerond € 20.000,-) dan wordt gedaan alsof er 12% rendement gehaald wordt over dat meerdere. Het CAK zal vervolgens besluiten dat de patiënt de verhoogde eigen bijdrage (volledig of gedeeltelijk) kan betalen.

Stel dat iemand een pensioen en AOW heeft van € 1.200,- per maand, dan ontbreekt er dus € 1.000,- aan inkomen om de hoge eigen bijdrage te kunnen betalen. Bezit de patiënt € 50.000,- aan spaargeld, dan zal het CAK doen alsof over € 30.000,- daarvan 12% rendement oftewel € 3.600,- wordt ontvangen. Dat is € 300,- per maand. De patiënt zal in dat geval iedere maand € 300,- van het spaargeld moeten gebruiken. Na een jaar zal er dus geen € 50.000,- meer op de spaarrekening staan, maar slecht € 46.400,- en na twee jaar € 42.800,- (de ontvangen rente van de bank laat ik buiten beschouwing).

Eigen bijdrage en opeten eigen huis
Zoals hiervoor aangegeven, kan opname in een verzorgingshuis of verpleegkliniek dus betekenen dat een patiënt moet interen op het (belastbaar) vermogen in Box 3. Waar komt dan de angst vandaan dat het huis moet worden opgegeten ? Die woning zit tenslotte toch in Box 1 !

Het probleem bij het eigen huis is dat dit alleen in Box 1 zit als het de Eigen Woning betreft, dus de woning waar men woont. Als niet meer aan dat criterium voldaan wordt, verschuift de woning van Box 1 naar Box 3. Wordt iemand opgenomen, dan is het te verwachten dat die verschuiving op een moment in de toekomst gaat plaatsvinden. Maar ook is het zo dat als de overwaarde van het huis wordt verzilverd doordat de woning wordt verkocht, die overwaarde direct in Box 3 terecht komt.

Oftewel; in beginsel bestaat de mogelijkheid dat het huis (of de overwaarde) gebruikt wordt door het CAK om de hoogte van de eigen bijdrage vast te stellen. Zoals we gezien hebben, zal dat betekenen dat er ingeteerd gaat worden omdat het fictieve rendement van 12% en de daadwerkelijke genoten rente van (circa) 1,5% fors uit elkaar liggen.

De (waarde van de) woning kan dus box-hoppen.

Het huis gaat niet altijd en ook niet direct over van Box 1 naar Box 3
Stel dat één van de echtgenoten wordt opgenomen en de AWBZ-regeling in werking treedt, dan is er nog niet direct iets aan de hand. Op grond van de huidige fiscale wetgeving blijft de woning namelijk een Eigen Woning (en dus in Box 1) zolang de gezonde echtgenoot maar in dat huis woont en blijft wonen.

Is de patiënt alleenstaand, dan nog zal de overwaarde van de woning niet onmiddellijk van Box 1 naar Box 3 gaan na de opname in het verzorgingshuis of verpleegkliniek. Op grond van de verhuisregeling blijft de woning namelijk een Eigen Woning (en dus in Box 1) zolang de woning te koop staat. Aan deze verhuisregeling is echter wel een maximum termijn verbonden. Is het huis na twee jaar nog niet verkocht, dan gaat het alsnog over naar Box 3 omdat het gezien wordt als een tweede woning.

CAK kijkt naar Box 3 van twee jaar geleden
Wat overigens ook belangrijk is, is dat het CAK kijkt naar het vermogen in Box 3 van twee jaar tevoren. Dus als het CAK de eigen bijdrage moet vaststellen voor iemand die in 2014 langer dan 6 maanden is opgenomen, dan wordt teruggegrepen naar het vermogen van 2012.

De bijdrage voor het jaar 2015, wordt bepaald aan de hand van het vermogen in het belastingjaar 2013. Enzovoorts.

Het CAK loopt dus 2 jaar “achter” en de woning gaat pas (minimaal) 2 jaar na de opname over van Box 1 naar Box 3. Simpel gezegd: 4 jaar na definitieve opname zal het CAK interesse vertonen in de waarde van de woning en pas dan zal sprake zijn van het opeten van het eigen huis.

Let wel op: als het huis eerder verkocht is en/of als de patiënt al spaargeld had, dan zal er eerder ingeteerd moeten worden vanwege de verhoogde eigen bijdrage.

Oplossingen en aandachtspunten
Ik denk dat het duidelijk is dat de aandacht vooral uit zal moeten gaan aan het verkleinen van het Box 3 vermogen. Heb je bezit, maar kun je dat in Box 2 of 1 aanhouden, dan zal alleen het inkomen mee tellen voor de verhoogde eigen bijdrage voor de AWBZ. Alleen heb je niet zelf in de hand in welke box je vermogen zit. Daar zijn (fiscale) regels voor waardoor vermogen ineens van Box 1 (de eigen woning) naar Box 3 (dezelfde woning is een tweede woning of de overwaarde is verzilverd bij de verkoop) kan gaan.

1. Box-hoppen
Daarom is er door diverse adviseurs gekeken of je misschien zelf kunt gaan box-hoppen. Het blijkt dat dit vrijwel onmogelijk is of dat er andere redenen zijn om hier niet aan te beginnen. Daarbij kunt u denken aan het feit dat het recht op hypotheekrente-aftrek vervalt.

Er is in ieder geval één situatie geweest waarin het box-hoppen wel lukte. Een weduwe was eigenaar van landbouwgrond die zij verpachtte. Voorgesteld werd om de grond in te brengen in de (landbouw)maatschap met de pachter. Hierdoor werd de grond uit Box 3 gehaald en kwam die in Box 2 terecht. De rechtbank ging hier onder voorwaarden mee akkoord.

2. Schenk je geld weg
Natuurlijk is het weggeven van je spaargeld een optie om je Box 3 vermogen te verkleinen. Maar voor veel mensen werkt dit niet, omdat ze niet veel spaargeld hebben. Hun vermogen “zit in de stenen” omdat ze de schuld op hun huis hebben afgelost. Ze kunnen pas geld gaan overboeken als het huis verkocht is. Maar dan is er vaak al sprake van een situatie waarin een rechter een bewindvoerder of curator heeft moeten aanstellen omdat de patiënt niet meer in staat was zelf te handelen. Gebleken is dat rechters nauwelijks toestemming geven om geld van de patiënt weg te schenken. Dus het is beter als het vermogen al (op papier) is geschonken dan wel dat er niet aan de rechter gevraagd hoeft te worden of er geschonken mag worden.

Een schenking op papier is echter ook niet dè oplossing, omdat er schenkbelasting betaald moet worden. Bovendien wordt het op papier geschonken bedrag bij de ontvangers opgeteld bij hun vermogen in Box 3. Hoe meer er geschonken wordt, hoe meer belasting zij moeten betalen omdat zij 1,2% inkomstenbelasting moeten betalen over hun (aanzienlijke) vermogen.

3. Schenken na opname, maar zonder toestemming van de rechter.
De notariële volmacht maakt dit mogelijk
Hoe kunt u dan zorgen dat u toch pas gaat schenken als de verhoogde eigen bijdrage voor de AWBZ een feit lijkt te worden en de overwaarde van de woning verzilverd is ? En zonder dat u tegen het veto van de rechter aanloopt ?

Daar zie ik maar één oplossing voor, namelijk een algehele volmacht die nu wordt opgesteld en getekend bij de notaris. Als u bij uw volle verstand bent, geeft u iemand anders (bijvoorbeeld alle kinderen samen) het recht om namens u te handelen. Dat recht kan direct ingaan maar ik geef de voorkeur er aan om dat te laten afhangen van een verklaring van een arts dat u niet meer compos mentis bent. Dat is doorgaans namelijk het moment dat u opgenomen wordt in een verpleegkliniek of verzorgingshuis en dus het moment dat de verhoogde eigen bijdrage een rol gaat spelen.

U kunt niet meer zelf beslissen wat het beste is, maar dat kunnen de gevolmachtigden dan doen. Zij hoeven geen toestemming te vragen aan de rechter, maar kunnen beslissen dat het beter is om het huis te verkopen en de overwaarde aan henzelf (of anderen) te schenken. Liever 10% schenkbelasting betalen en 90% overhouden, dan dat er ettelijke jaren 12% op het vermogen moet worden ingeteerd en er veel minder overblijft.

4. Check uw testament. Staat er in dat de erfgenamen hun erfenis kunnen opeisen als de langstlevende wordt opgenomen in een verpleegkliniek of verzorgingshuis ?
Stel dat u overlijdt en alles naar de langstlevende gaat op grond van een langstlevende regeling in uw testament (of uit de wet). Voor de Inkomstenbelasting bezit de langstlevende alles en het erfdeel van de kinderen speelt geen enkele rol.

Wordt de langstlevende opgenomen, dan wordt de verhoogde eigen bijdrage berekend over het vermogen van de langstlevende (in Box 3). Dat is dus al het vermogen inclusief de erfenis van de partner die eerder overleden is. Als de langstlevende lang opgenomen is voordat hij of zij ook sterft, dan zal de verhoogde eigen bijdrage voor de AWBZ waarschijnlijk er voor zorgen dat (bijna) het totale spaargeld op is. De kinderen krijgen in dat geval dus helemaal niets van hun vader of hun moeder.

Door nu de juiste clausule op te nemen in een testament, kan er voor gezorgd worden dat de kinderen in ieder geval iets krijgen. Zij kunnen (op grond van die clausule) hun vaders- of moedersdeel opeisen als de langstlevende wordt opgenomen. Het vermogen van de langstlevende wordt namelijk kleiner doordat deze erfdelen uitbetaald moeten worden.

Een combinatie van een goed testament en een algehele volmacht is op dit moment een hele mooie oplossing om te voorkomen dat het eigen huis opgegeten moet worden bij opname in een verpleegkliniek of verzorgingshuis. Zeker ook omdat er nu nog niets gedaan wordt waar al direct fiscaal over afgerekend moet worden. Bovendien is dit alles eenvoudig te herroepen dus heeft u niets gedaan dat (fiscaal) onomkeerbaar is.

Printversie