Notaris mag klant niet het zwijgen opleggen.

Kort geleden heeft de hoogste tuchtrechter het handelen van een notaris als foutief beoordeeld. Het betrof twee verschillende soorten van gedragingen, namelijk het in rekening brengen van meerwerk ten opzichte van een offerte en het opleggen van een verbod dat de cliënten zich achteraf niet negatief mogen uitlaten over de notaris.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris Foto: Harry Heuts

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris Foto: Harry Heuts

Simpel gezegd: de notaris was met de kosten niet transparant en hij legde een zogeheten Gag-order op. Volgens het Hof in Amsterdam ging de notaris in beide gevallen te ver en daarom werd hij uit het notarisambt ontzet.

Verder lezen ? Klik hier.

Kom je ook naar mijn lezing over de AWBZ ?

Nieuw initiatief: Waarvan Akte.

Iedere 3e dinsdag van de maand in Centre Ceramique een lezing door mij over een actueel notarieel onderwerp.

Op 15 april a.s.:
Vandaag worden de gevolgen van de (verhoogde) Eigen Bijdrage bij opname in een verzorgingshuis of verpleegkliniek besproken. Bijzondere aandacht krijgen: de gevolgen voor het spaargeld, de woning van de patiënt en de omvang van de erfenis. Ook worden mogelijkheden besproken om de gevolgen te beperken of zelfs te voorkomen.

Meer informatie ? Klik hier

Bij de notaris draait het niet om de akte, maar om de kennis die nodig is om juridisch het voor u het meest optimale resultaat te bereiken. Dat wordt dan vastgelegd in de akte. Ernst Loendersloot, senior kandidaat notaris bij Huenges Wajer & Joosten notarissen in Maastricht, deelt zijn kennis met u en gaat graag met u in gesprek. Elke 3e dinsdag van de maand behandelt hij in deze gratis bijeenkomsten actuele juridische thema’s en u kunt daarover vragen stellen.

Huis op naam kinderen zetten. Deel 3.

Hieronder deel 3.  Klik hier voor deel 1 en hier voor deel 2.

C.   Mogelijke oplossing voor Jan en Petra

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris te Maastricht

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris te Maastricht

Zijn er dan helemaal geen dingen die Jan en Petra kunnen doen om te voorkomen dat er erfbelasting betaald moet worden ?

Of om te vermijden dat ze bij opname in een verzorgingshuis of verpleegkliniek hun “huis moeten opeten” vanwege de hoge eigen bijdrage voor de AWBZ ?

Die zijn er zeker, maar vereisen wel maatwerk door de notaris. In het algemeen kan dan gedacht worden aan een zogeheten RADAR-testament, schenkingen (al dan niet op papier) en een algehele volmacht. Ik zal hier kort op ingaan.

1.  RADAR-testament
Bij een RADAR-testament worden de kinderen als erfgenaam uitgesloten en is er formeel maar één erfgenaam: de langstlevende. Pas bij het overlijden van de langstlevende gaat de gehele erfenis naar de kinderen.

De langstlevende is dus de enige erfgenaam en krijgt niet alleen civiel-juridisch maar ook fiscaal-juridisch de hele erfenis. Als Jan eerst overlijdt, gaat alles dus naar Petra en de kinderen krijgen bij dat eerste overlijden nog niks.

Omdat de langstlevende een veel hogere vrijstelling heeft dan de kinderen (maximaal € 600.000,- ten opzichte van € 20.000,-) betekent dit dat de kans dat er erfbelasting betaalt moet worden heel klein is geworden. Zeker als je bedenkt dat Jan en Petra in gemeenschap van goederen waren getrouwd, waardoor de erfenis van Jan maar de helft is van hun gezamenlijke vermogen.

Let wel op: doorgaans betekent het RADAR-testament niet dat er minder erfbelasting betaald moet worden, maar wel dat er pas op een later moment hoeft te worden betaald. De heffing zal doorgaans namelijk plaats vinden als de langstlevende overlijdt en de kinderen op dat moment de erfenis ontvangen (ook fiscaal gezien).

Eventueel kan ook overwogen worden om in het testament op te nemen dat niet alleen de kinderen erfgenaam zijn, maar dat ook de kleinkinderen een deel van de erfenis krijgen. Tenslotte mag iedereen een bepaald bedrag belastingvrij uit een erfenis ontvangen. Door ieder kleinkind mee te laten delen, bereik je dat optimaal gebruik gemaakt wordt van die vrijstellingen.

2.  Schenkingen (op papier)
Als Jan en Petra hun vermogen verkleinen, wordt hun erfenis minder groot. Hierdoor zal ook de erfbelasting lager uitpakken.

Dit kan bereikt worden door schenkingen te doen. Bezitten de ouders voldoende vrij besteedbaar vermogen, dan kunnen ze hun kinderen gewoon dat geld geven. Maar zit het “vast in de stenen” zoals bij Jan en Petra, dan gaat dat niet. In dat geval moet uitgeweken worden naar schenkingen op papier. Jan en Petra leggen bij de notaris vast dat zij nu weliswaar een geldbedrag schenken, maar dat Eef en Olaf dat pas zullen ontvangen als de langstlevende overleden is (of eerder, als opname in een verpleegkliniek of verzorgingshuis dreigt).

Door de schenkingen worden Jan en Petra fiscaal minder waard, dus is hun erfenis kleiner. Een nadeel is wel dat Eef en Olaf ineens vermogender zijn geworden. Daardoor kan het gebeuren dat zij jaarlijks 1,2% Inkomstenbelasting moeten betalen nu ze in Box 3 vermogen hebben.

Een tweede nadeel is dat Jan en Petra verplicht zijn om over de op papier geschonken bedragen ieder jaar 6% rente te betalen aan hun kinderen. Dat geld kunnen ze dus niet uitgeven aan bijvoorbeeld een nieuwe wasmachine. Maar in tegenstelling tot de 6% huur, is deze rente ieder jaar hetzelfde. Het op papier geschonken bedrag verandert namelijk niet, terwijl de huur ieder jaar berekend moet worden over de voor dat jaar geldende WOZ-waarde.

Tenslotte moet gekeken worden naar de bedragen die geschonken worden. Ieder jaar mag er een vastgesteld bedrag belastingvrij geschonken worden, maar alles daarboven wordt belast met schenkbelasting. In één keer je hele vermogen op papier wegschenken is niet aan te raden aangezien er dan toch (schenk)belasting betaald moet worden.

Schenkingen (al dan niet op papier) zijn dus wel goed bruikbaar, maar geen wondermiddel.

3.  Algehele volmacht
Ik raad Jan en Petra aan om een Algehele Volmacht op te stellen. Daarin geven ze (bijvoorbeeld) Eef en Olaf het recht om, indien gewenst, namens hun ouders op te treden. Dat kan uitermate handig zijn als de geestelijke gezondheid van Jan en Petra achteruit gaat en zij niet meer zelf rechtsgeldig kunnen optreden.

Zonder volmacht moeten Eef en Olaf dan een bewind of curatele aanvragen bij de rechter. Als duidelijk is dat hun ouders niet meer in staat zijn zelf te handelen, zal de rechter daar niet zo’n moeite mee hebben en ook de noodzakelijke rechterlijke toestemming voor de verkoop van de woning zal wel worden gegeven als Jan en Petra opgenomen worden in een verzorgingshuis. Alleen telt de verkoopopbrengst vervolgens wel mee voor de berekening van de eigen bijdrage voor de AWBZ.

Als Eef en Olaf dat willen voorkomen, moeten ze die verkoopopbrengst wegschenken (aan zichzelf en/of de kleinkinderen). Alleen zal de rechter daarvoor bijna nooit toestemming geven.

Hebben Jan en Petra, toen ze volledig compos mentis waren, een algehele volmacht afgegeven aan hun kinderen, dan hoeven die geen toestemming van de rechter te vragen. Zij kunnen eenvoudig op basis van die volmacht het huis verkopen en de overwaarde aan zichzelf en de kleinkinderen schenken. Dit alles om de grondslag voor de berekening van de Eigen Bijdrage voor de AWBZ te verkleinen en/of minder erfbelasting te betalen.

Binnenkort ook video-columns

Tot nu toe schreef ik stukken en plaatste ik deze (onder meer) op deze site.

Ik heb begrepen dat mensen ook graag bewegend beeld en geluid hebben. Daarom ben ik een experiment begonnen. Ik wil video’s plaatsen op YouTube. De eerste, voorzichtige en amateuristische poging, is gedaan:

Tips en opmerkingen zijn welkom !

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotografie door Truus van Gog.

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotografie door Truus van Gog.

Huis op naam kinderen zetten. Deel 2.

B. Overdracht in volle eigendom
Naast de overdracht onder voorbehoud van de rechten van gebruik en bewoning door de ouders (zie deel 1), is er nog een andere mogelijkheid. Namelijk de verkoop en levering van de hele of volle eigendom door de ouders aan de kinderen. Omdat de ouders in het huis willen blijven wonen, moeten daarover afspraken gemaakt worden.

Mr. Ernst Loendersloot, Sr. kandidaat notaris te Maastricht<br />Fotograaf: www.lauradehaanfotografie.nl

Mr. Ernst Loendersloot, Sr. kandidaat notaris te Maastricht
Fotograaf: www.lauradehaanfotografie.nl

Sinds de wijziging moeten die afspraken wel aan specifieke regels voldoen om problemen achteraf te voorkomen. Eenvoudig gezegd moeten de ouders jaarlijks een bepaalde minimum vergoeding betalen aan de kinderen om te voorkomen dat de waarde van de woning bij het overlijden van de langstlevende toch meegeteld wordt in de erfenis.

Die minimale vergoeding ligt best hoog. De ouders moeten namelijk een huur betalen aan de kinderen van niet minder dan 6% van de WOZ-waarde van de woning. In de situatie van Jan en Petra is dat dus een huur van minimaal € 13.500,- per jaar.

In plaats van dat Jan en Petra nu (bijna) gratis wonen omdat ze de hypotheek hebben afgelost, worden hun netto maandlasten ineens € 1.125,-. En daar blijft het niet bij. Want als de WOZ waarde in 2015 omhoog gaat, dan moeten ze volgend jaar ook een hogere huur betalen. Die moet namelijk 6% zijn van de WOZ-waarde van dat betreffende jaar.

Omdat er tijdens het leven van Jan en Petra geen enkele sanctie staat op de correcte naleving van deze regel, kan het gebeuren dat de hele familie vergeet om de huur bij te stellen als de WOZ-waarde stijgt. De nadelige fiscale gevolgen daarvan blijken dan pas als Jan en Petra allebei overleden zijn. De Belastingdienst kan op dat moment namelijk vragen aan Eef en Olaf om te bewijzen dat hun overleden ouders in de jaren ná de overdracht wel telkens 6% van de wisselende WOZ-waarde hebben betaald.

Stel dat iedereen in 2017 vergeten is om de waardebeschikking van de gemeente erbij te pakken en dat die waarde € 5.000,- hoger is vastgesteld dan voor het jaar 2016. Dan zijn ze ook vergeten dat de huur nu € 300,- per jaar (oftewel € 25,- per maand) hoger moest zijn. Het gevolg  hiervan is simpel: de huur is in 2017 dus (iets) lager dan 6% van de WOZ-waarde. Dit kleine foutje heeft alleen hele grote gevolgen omdat daardoor in de aangifte voor de erfbelasting de waarde van de woning ten tijde van het overlijden opgenomen moet worden.

Nadelen
1.  ook hier jaarlijkse heffing van 1,2% Inkomstenbelasting in Box 3
Bij de situatie van overdracht van de woning onder voorbehoud van rechten van gebruik en bewoning heb ik al aangegeven dat de kinderen ieder jaar 1,2% moeten betalen over de waarde van woning.

Diezelfde regeling geldt ook in de situatie dat de volle eigendom wordt overgedragen. Tenslotte wordt de woning waar Jan en Petra (gehuurd) wonen, niet de Eigen Woning van Eef en Olaf.

2.  ook hier vervalt de hypotheekrenteaftrek voor de ouders
Vanwege het feit dat Jan en Petra nu hun oude woning (terug)huren, is het ook voor hen niet (meer) de Eigen woning. Dat betekent dat als zij voor de transactie hypotheekrenteaftrek konden claimen, die fiscale regeling vervallen is.

Ik volsta voor wat betreft deze twee nadelen met verwijzing naar de uitgebreidere toelichting op deze beide punten die ik al gegeven heb.

Klik hier voor deel 3

Dichtbij Maastricht: Begraven of cremeren ? Allebei laten doen voor de zekerheid helpt niet. Deel 2.

Mijn vorige artikel ging over de ENCI-groeve en de plannen om daar een crematorium te bouwen. Aanleiding waren twee rechterlijke uitspraken (eentje uit Friesland en de ander uit België) met een heel hoog SOAP gehalte.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris te Maastricht

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris te Maastricht

Dit keer ga ik graag in op een recente zaak waar op een andere manier een vleugje Maastricht aan zit. Namelijk DNA-onderzoek dat op The Maastricht Forensic Institute wordt gedaan. Dit voor Nederland unieke instituut is gevestigd aan Oxfordlaan 70 in Randwyck. Iedere Maastrichtenaar mag trots zijn op hetgeen daar bereikt wordt.

Ondergeschoven kind kan geen DNA onderzoek laten doen na crematie
Als je als erfgenaam niet zeker weet of alle kinderen van je vader of moeder wel bekend zijn, dan kom je misschien in de verleiding om voor crematie van je ouders te kiezen.

Een onbekend kind kan in dat geval misschien wel een deel van de erfenis claimen, maar heeft een groot probleem om aan te tonen dat de overledene ook daadwerkelijk zijn vader of moeder is. DNA onderzoek aan de resten is technisch al niet mogelijk, maar als de as ook nog eens is uitgestrooid, is een correct onderzoek uitgesloten.

En zonder dat onderzoek is niet aan te tonen dat dit “ondergeschoven” kind ook echt een kind is van de overledene en op basis daarvan mee moet delen in de erfenis. Daardoor blijft de koek voor de erkende kinderen groter.

Of kan de rechter op basis van ander DNA onderzoek toch het vaderschap vast stellen ?
In de aangehaalde zaak die door de Rechtbank in Den-Haag werd behandeld was een man overleden en daarna gecremeerd. Een jongeman verzocht vervolgens de rechtbank om vast te stellen dat hij een zoon van de overledene was.

Deze jongeling had daarvoor twee verschillende DNA-rapporten op laten stellen. Eén waarbij zijn DNA was vergeleken met dat van een broer van de overledene en een ander waarbij dat van een (erkende) zoon van de overledene was onderzocht. Daaruit bleek simpel gezegd dat er sprake was van een match als oom/neef (het eerste rapport) en als halfbroers (het tweede onderzoek).

Ook de moeder van de verzoeker verklaarde dat de overledene de biologische vader was van haar zoon. Dat verhaal werd ook bevestigd door de weduwe van de overledene. En als laatste heeft de jongeman nog aan de rechtbank verteld dat de overledene er altijd van uit was gegaan dat hij zijn kind was en op grond daarvan (mede)-erfgenaam zou zijn na zijn dood.

Alles bij elkaar vond de rechtbank dat er voldoende objectieve factoren waren die het verzoek ondersteunden. Het verzoek werd toegekend en via de rechter werd dus vastgesteld dat de jongeman een zoon van de overledene was.

Maastricht biedt niet alleen plaats aan Flikken en GTST maar ook aan CSI.
Hollywood aan de Maas.
Als ik scenarioschrijver was voor GTST dan zou ik de weduwe, haar kind en diens oom echt niet zo meegaand hebben gemaakt. Met hand en tand zouden ze zich verzet hebben tegen een DNA onderzoek. Maar op een slimme wijze zou het “onechte” kind de glazen te pakken hebben gekregen waaruit zijn half-broer en oom bier hadden gedronken in een café. Om daarna via CSI-technieken het DNA uit hun achtergebleven speeksel te laten achterhalen.

Als u ondanks mijn eerdere column nog steeds dacht dat het notariaat saai was, dan hoop ik u nu toch aan het twijfelen te hebben gebracht. Soms is ons werk net een soap.

Printversie

Huis op naam kinderen zetten. Deel 1.

Geregeld krijg ik vragen of het interessant is om nu het huis op naam van de kinderen te zetten. Vaak blijkt de vragensteller er van uit te gaan dat hiermee (erf)belasting bespaard kan worden of dat men bang is voor de (hoge) Eigen Bijdrage voor de AWBZ bij opname in een verpleeg- of verzorgingshuis.

Dit probleem gold in 2014. Maar eigenlijk ook in 2015 omdat de AWBZ weliswaar is vervallen, maar daarvoor is nu de WLZ en WMO gekomen.

 

 

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidata notaris te Maastricht. Fotograaf: Truus van Gog

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidata notaris te Maastricht. Fotograaf: Truus van Gog

Gezien de frequentie waarmee deze vraag gesteld wordt, ga ik graag daarop in. Houdt u er wel rekening mee dat deze column in algemene zin is geschreven en dus niet uw specifieke situatie beschrijft. Wilt u meer informatie, neem dan contact op met uw notaris.

De (fictieve) situatie
Ik ga uit van de volgende situatie:
de woning heeft nu een WOZ-waarde van € 225.000,-
en is eigendom van een man (Jan) en vrouw (Petra) die met elkaar zijn getrouwd in de wettelijke (algehele) gemeenschap van goederen.
Zij hebben samen twee kinderen (Olaf en Eef).
Het echtpaar is op dit moment 60 en 62 jaar oud en de kinderen zijn 38 en 40 jaar.
De hypothecaire schuld in verband met de aankoop van de woning is volledig afgelost. Het huis is dus vrij.

Er zijn nu twee mogelijkheden om de woning over te dragen, namelijk onder het voorbehoud van vruchtgebruik/rechten van gebruik en bewoning of in volle eigendom. Ik zal deze beide opties hierna verder (schetsmatig) uitwerken.

Daarbij zal ik de termen rechten van gebruik en bewoning en bloot eigendom oor elkaar heen gebruiken. Strikt juridisch is er weliswaar een verschil, maar in mijn dagelijkse advies-praktijk merk ik dat de cliënten geen onderscheid maken.

A.  Overdracht onder voorbehoud vruchtgebruik/rechten van gebruik en bewoning
Deze vorm was tot een paar jaar geleden redelijk populair en werkt als volgt:
de ouders verkopen hun woning aan de kinderen. De koopsom wordt meestal niet betaald, maar omgezet in een schuld van de kinderen aan de ouders, die in de komende jaren beetje bij beetje wordt kwijtgescholden. Die koopsom is niet gelijk aan de reële waarde van de woning, maar ligt lager. Dit komt omdat de ouders zich de (zakelijke) rechten van gebruik en bewoning voorbehouden. De kinderen worden weliswaar eigenaar maar kunnen hun ouders niet uit het huis zetten.

De totale waarde van de woning is overigens wel het uitgangspunt om te berekenen hoeveel die rechten van gebruik van de ouders waard zijn. Daarvoor wordt in een tabel in de belastingwetgeving gekeken. Aan de leeftijden van de ouders is namelijk een percentage gekoppeld dat vermenigvuldigd moet worden met de waarde van de woning. Omdat dit percentage altijd lager dan 100 is, blijft er dus ook altijd nog een waarde over van de woning die niet hoort bij het vruchtgebruik. Die restantwaarde wordt ook wel de waarde van de bloot-eigendom genoemd.

De bloot-eigendom is wat de kinderen van hun ouders kopen en daarover moeten ze dan ook overdrachtsbelasting betalen. De ouders houden, zoals gezegd, het vruchtgebruik en als zij nog een tijd leven na de transactie, wordt de waarde daarvan langzaam aan minder. Zij worden tenslotte ouder en daardoor zullen ze ook steeds korter nog gebruik kunnen maken van hun woonrechten. Hun rechten van gebruik en bewoning behouden volgens deze methode echter wel altijd een restwaarde, ongeacht hoe oud ze ook worden.

Dat laatste is van belang omdat dit ook betekent dat bij overlijden van de langstlevende ouder, er nog een restwaarde bestaat. Volgens de Successiewet moet dat restant-bedrag opgeteld worden bij de rest van de erfenis. Tenslotte hebben de kinderen tot het moment van overlijden de bloot-eigendom. En door het overlijden van de langstlevende ouder groeit dat ineens aan naar volle eigendom.

Deze (verplichte) verhoging van de erfenis kan voorkomen worden door bij het vestigen van de rechten van gebruik en bewoning de zogeheten “metterwoon-clausule” op te nemen. In dat geval wordt vastgelegd dat de rechten niet pas bij het overlijden van de langstlevende eindigen, maar al eerder, namelijk als de ouders de woning vóór hun overlijden verlaten. Bijvoorbeeld omdat ze opgenomen worden in een verpleeghuis of verhuizen naar een bejaardenwoning. Maar dan moet er wel 25% van de waarde van het vruchtgebruik worden afgetrokken bij het vastleggen van de transactie bij de notaris. De waarde van de bloot-eigendom wordt daardoor hoger en de door de kinderen te betalen overdrachtsbelasting dus ook.

Deze regeling bestaat overigens nog steeds. Dat betekent dat Jan en Petra ook in 2015 nog steeds hun woning kunnen overdragen aan Eef en Olaf onder voorbehoud van de rechten van gebruik en bewoning.

Op grond van de fictieve cijfers zijn de rechten van gebruik en bewoning voor Jan en Petra nu € 148.500,- waard zijn (op grond van hun leeftijd zijn die namelijk 11 maal 6% van de waarde van de woning). Als Jan en Petra de “metterwoon-clausule” niet opnemen, dan blijft het vruchtgebruik altijd een waarde houden van minimaal 12% (namelijk factor 2 maal 6%). De waarde van hun rechten dient dan bij hun erfenis geteld te worden en dus betalen de kinderen altijd nog erfbelasting over de waarde van die rechten.

Vroeger was deze bijtelling minder een probleem omdat de restant-waarde van de rechten van gebruik en bewoning een via die eerder genoemde tabel gevonden percentage was van de waarde van de woning ten tijde van de ondertekening van de akte.
Een paar jaar terug is de regeling echter gewijzigd. De restant-waarde van het vruchtgebruik is nog steeds het percentage dat via de tabel wordt gevonden, maar dan van de waarde van de woning op het moment van overlijden van de langstlevende.

Effectief betekent die wijziging in de regelgeving dat de kinderen erfbelasting moeten betalen over de waardestijging van de woning. Zeker in de situatie van Jan en Petra kan dat voor hun kinderen nadelig uitpakken. Gezien de relatief jonge leeftijd van de ouders, is de kans groot dat de woning in waarde stijgt tot het overlijden van de langstlevende. Wellicht is die stijging net zo groot als de afboeking die op het vruchtgebruik mag plaatsvinden vanwege het vorderen van de leeftijd van de ouders.

Andere nadelen van overdracht onder voorbehoud rechten van gebruik en bewoning

1.   Geen aftrek hypotheekrente
In de situatie van Jan en Petra en hun kinderen speelt het volgende nadeel niet omdat ze hun hypotheek al hebben afgelost, maar bij andere gezinnen vaak wel. Op het moment dat de woning wordt overgeschreven, verliest de woning de fiscale status van Eigen Woning. De ouders wonen er nog wel, maar niet meer als eigenaar.

Dat betekent automatisch dat er ook geen sprake meer kan zijn van een Eigen Woning Schuld als de ouders nog een hypothecaire lening hebben op het huis. Hierdoor vervalt automatisch de mogelijkheid om de over deze lening betaalde rente af te trekken van de inkomstenbelasting. Dit wordt niet gecompenseerd door aftrek van datzelfde bedrag bij de kinderen, nu de woning ook voor hen geen Eigen Woning is. De bruto-rente die de ouders betaalden, wordt na de overdracht ineens een netto-rente.

2.  Kinderen betalen ieder jaar 1,2% Inkomstenbelasting over de waarde van de bloot-eigendom
Door de transactie worden de kinderen ineens eigenaar van een woning die fiscaal niet hun Eigen Woning is. Jan en Petra wonen er tenslotte in. De waarde van de bloot-eigendom van de woning moeten de kinderen opgeven in Box 3 van de Inkomstenbelasting.

Op zich hoeft dat de eerste jaren geen probleem te zijn, omdat doorgaans de koopsom die Eef en Olaf aan hun ouders moeten betalen vanwege de aankoop van de bloot-eigendom, wordt omgezet in een schuld aan de ouders. Netto worden de kinderen niet ineens vermogender. Meestal wordt echter in volgende jaren door de ouders op die schuld telkens zoveel kwijtgescholden als mogelijk is zonder dat schenkbelasting verschuldigd is. Dus de schuld daalt en er ontstaat een overwaarde bij de kinderen.

De waarde van de bloot-eigendom stijgt per definitie ook nog door dat de waarde van het vruchtgebruik in de loop der tijd kleiner wordt: de ouders worden immers ouder. En daarbovenop komt dan een eventuele waardestijging van de woning. Door deze drie factoren wordt de overwaarde bij de kinderen steeds groter.

Dat is fiscaal nadelig omdat de kinderen over die overwaarde ieder jaar 1,2% Inkomstenbelasting moeten betalen in Box 3.

Klik nu hier voor deel 2

Geen loterij zonder nieten voor deze erfgenaam

Onlangs las ik een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waardoor het gezegde Stank voor Dank een nieuwe invulling krijgt. Alleen werd dit hier niet werkelijkheid.

Situatie
In 2004 is iemand overleden. De overledene had in zijn testament een executeur benoemd. Die aanvaardde de benoeming en had toen als taak om de erfenis af te wikkelen.

Mr Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris te Maastricht

Mr Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris te Maastricht

De erfenis bestond onder meer uit een eigen woning met een flinke waarde, maar toch was de erfenis negatief. De overledene had namelijk al in 1989 een (voorlopig) koopcontract getekend waardoor de woning na zijn dood aan de koper geleverd moest worden voor een koopsom van € 55.000,-. De schulden die ook tot de erfenis behoorden, waren hoger.

Verder lezen ? Klik hier.

Bewindvoerder moet schenkingen terugdraaien

Afgelopen tijd stonden schenkingen volop in de belangstelling. Door schenkingen te doen kan namelijk erfbelasting bespaard worden of voorkomen worden dat het spaargeld “opgegeten” moet worden bij opname in een verzorgings- of verpleeghuis.

Mr. Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht

Mr. Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht

Ik heb al eerder geschreven over dit onderwerp. Ook heb ik aandacht besteed aan de mogelijkheid om een algehele volmacht te geven aan bijvoorbeeld de kinderen om te zorgen dat de kinderen zonder inmenging van de rechter het vermogen kunnen wegschenken. Dit, omdat rechter doorgaans geen toestemming geeft als er vooraf gevraagd wordt of een door de rechter aangestelde bewindvoerder of curator schenkingen mag doen.

 Onlangs las ik weer een uitspraak waarbij het ging om schenkingen die door een bewindvoerder gedaan waren zonder toestemming van de rechter. Het bijzondere was dat de bewindvoerder in deze zaak niet door de rechter was aangesteld. Het betrof namelijk geld uit een erfenis en de overledene had in zijn testament bepaald dat het erfdeel onder bewind werd gesteld. Juristen noemen dit daarom een testamentair bewind.

 De casus
De overledene was de opa van de testamentaire bewindvoerster en het erfdeel was voor zijn dochter, die de moeder was van de bewindvoerster. In het testament was vermeld dat het bewind noodzakelijk was omdat de dochter van opa niet (meer) zelf in staat was haar (geld)belangen te behartigen.

Dat bleek wel uit de rest van de zaak, toen de rechter met de dochter gesproken had. Zij herinnerde zich namelijk niets van de erfenis van haar vader en ook niet dat de kleindochter met haar gesproken had over mogelijke schenkingen.

De kleindochter had van de totale erfenis van € 142.000,- een bedrag van € 122.000,- aan zichzelf geschonken. De kleindochter was van mening dat zij dit kon doen op grond van de regels in het testament. Zij had als aanvullend argument dat zij de enige erfgename was van haar moeder.

De rechter vond deze argumenten niet sterk genoeg, want hij oordeelde dat als de testamentair bewindvoerder meer wilde doen dan “gewoon beheer”, de kleindochter als bewindvoerder alleen samen met haar moeder rechtsgeldig kon handelen. Maar dan moest moeder wel daarmee instemmen en snappen waar voor ze toestemming gaf.

Omdat in een persoonlijk gesprek tussen de rechter en moeder bleek dat moeder geen enkele herinnering had aan de erfenis en/of de schenking, is de schenking dus niet rechtsgeldig. De rechter gaf de dochter opdracht het geld terug te boeken.

Conclusie
Zoals al eerder aangegeven zal een door de rechter aangestelde bewindvoerder niet snel toestemming van de rechter krijgen om schenkingen te doen ten laste van het vermogen van de patiënt.

Diezelfde conclusie valt nu te trekken als het gaat om een bewindvoerder die niet door de rechter is aangewezen, maar die bij testament is benoemd. Ook deze testamentaire bewindvoerder zal doorgaans niet mogen schenken.

Omdat schenkingen een goed instrument zijn bij de Estate-planning en bovendien voorkomen dat op het vermogen ingeteerd moet worden als er een opname in een verzorgingshuis of verpleegkliniek dreigt, zal de behoefte aan schenkingen blijven bestaan. Daarom zullen ouders ook vaker een algehele volmacht laten opstellen. Maar eigenlijk is zo’n volmacht niet alleen geschikt bij ouders/kinderen maar ook bij kinderloze ooms of tantes met vermogen. Zij kunnen dan een neef of nicht aanwijzen als gevolmachtigde.

Printversie

Geen inzage in medisch dossier: aanvechten testament mislukt

Eind januari 2014 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een interessante uitspraak gedaan waaruit duidelijk wordt hoe moeilijk het is om de medische geheimhouding te doorbreken.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris te Maastricht

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris te Maastricht

Het ging hier om het medisch dossier van de broer van de eisende partij. Deze broer overleed en na inzage bij het Centraal Testamenten Register bleek, dat hij kort voor zijn overlijden een testament had opgesteld. In die uiterste wilsbeschikking had hij een ander tot zijn enige erfgenaam aangewezen, waardoor de broer nu nergens recht op had.

Deze benadeelde broer vecht het testament aan en heeft als argument dat de overledene aan een geestelijke stoornis leed en niet goed wist wat het nieuwe testament inhield. De rechters geven hem de mogelijkheid om dat argument te onderbouwen, maar daarvoor heeft hij, naar zijn zeggen, (extra) gegevens nodig uit het medische dossier van de overledene.

Dat betekent dat eerst de vraag beantwoord moet worden of de gewenste inzage niet stukloopt op het medische beroepsgeheim. Volgens de rechtbank is dat in beginsel het geval, tenzij aan drie eisen is voldaan:

Verder lezen ? Klik hier.